Transmongolië Express deel 2: Centraal Mongolië met kind

Reisperiode: 13 juli t/m 18 augustus 2019
Jouw Transsiberië reiziger: Johan, Leen en zoon Jasper (4 jaar)
Vakantiebestemming: Transmongolië Express met Noord-Korea
Bouwstenen: Moskou, Gouden Ring, Perm, Yekaterinburg, Krasnoyarsk, Baikalmeer, Centraal Mongolië (op maat), Oostelijke Gobiwoestijn, Datong, Beijing & Noord-Korea
Reisduur: 37 dagen


Dit is ons reisverhaal..

Een verhaal doorspekt met feiten, ervaringen maar ook met tips.

Tips voor een goed restaurant of voor activiteiten (met jonge kinderen).

Blijft een feit dat dit ons verhaal is, subjectief en zeker geen volledige ‘waarheid’. Maar misschien wel leuk om te lezen voor reizigers die deze reis ook maakten of graag willen maken.

Wie overweegt om deze reis te maken, heeft veel vragen. Die hadden wij ook.

Op praktische vragen zoals: Wat kost het eten? Wat kost een bezoek aan een museum? Hoeveel geld moet ik afhalen en waar? Hoe verlopen de grensformaliteiten? Daar vind je in dit reisverhaal een antwoord op.

Enjoy!! Dat deden wij ook.”

Dit is het tweede deel van het reisverslag van Leen, Johan en Jasper. In dit deel lees je hoe zij het ervaarden om door Mongolië te reizen met een kind. Het eerste deel over hun reis door Rusland lees je hier, en het derde deel over China en de Mass Games in Noord-Korea lees je hier.

In de trein: Welcome to Mongolia!

18u30, de snelheid van de trein neemt af: we naderen de grens. Het landschap verandert alweer, erg verlaten maar nog steeds groen.

Jasper speelt met de andere kinderen en met Martin & Ghislaine die in de coupé naast ons zitten. We hebben gedurende deze treinrit, de coupé voor ons alleen en dat blijft ook zo. In deze trein zitten vooral toeristen, we komen ook onze landgenoot Benjamin weer tegen op het perron.

Uitgebreide grenscontrole

23u30, de grensformaliteiten zijn achter de rug. Rusland verlaten betekende dat onze paspoorten werden opgehaald. Het meegeven van ons paspoort, dat is tegen onze natuur. We worden toch altijd gewaarschuwd dat we ons paspoort altijd bij ons moeten hebben? Dat we het niet mee mogen geven?

Wel, je hebt geen keuze. Ze komen ze gewoon ophalen en jij moet op je plaats blijven, graag of niet. Vervolgens komen ze met de paspoorten weer naar binnen. Er volgt nog een identiteitscontrole. Dat betekent rechtstaan en de controleur recht aankijken. Ze bestuderen je foto en geven je het paspoort terug voorzien van de ‘departure stempel’.

Sommige toeristen moeten hun bagage openen. Ons vraagt men niets. We dachten dat we de trein moesten verlaten maar dat hoeft niet. Wel wordt de trein grondig onderzocht. Plafonds worden losgeschroefd, onder de banken kijken ze, op zoek naar smokkelwaar.

En dan, te midden van dit alles moet Jasper naar het toilet. Geen nood, we hebben een fles bij ons. Het kwam al eens eerder voor dat er geen wc voorhanden was als hij ‘nodig moest’.
Helaas voor ons… ‘ik moet kaka doen’ weet hij ons te melden.

Er zit niets anders op, we zoeken de provodnitsa op en leggen het uit. Jasper kijkt haar met grote ogen aan. Tegen de regels in, opent ze het toilet en hangt er een zak in. Als Jasper klaar is gaat de zak in de vuilbak en het toilet weer op slot. Men wil de stations echt proper houden blijkt.

Het volgende formulier wacht op ons: ‘nothing to declare’ dat kennen we wel. Even later komen ze met honden binnen. Ze maken er wel werk van.

Aan de andere kant van de grens: nog een controle

Op naar de andere kant. Intussen is het slaaptijd. We dimmen de lichten en te midden van alle drukte valt Jasper in slaap. Bij het zien van dat kleine, schattige, blonde, slapende jongetje houden zelfs de gezagsdragers zich in. Ze gooien de coupédeur open maar houden meteen in en temperen hun stem.

De immigratiekaarten worden weer ingevuld en de paspoorten worden weer meegenomen. Even later komen ze terug, voorzien van stempels maar voor we ze terugkrijgen volgt er nog een identificatieronde.

De kleine jongen mag verder slapen en hoeft niet recht te staan. Voor volwassenen, moe of niet, maken ze dan weer geen uitzondering. Dit alles gaat gepaard met gewichtige voetstappen op de gang, het slaan van coupédeuren en luide stemmen. Het is een wonder dat Jasper doorslaapt.

‘Welcome to Mongolia’ zegt de medewerker die me de paspoorten teruggeeft.

Mongoolse trein

Ulan Bator

Het was een korte nacht voor ons. Om half 7 in de ochtend zijn we al op onze bestemming. Ulan Bator, Ulaanbataar, is de hoofdstad van Mongolië en ongeveer de helft van de bevolking woont in de hoofdstad. De stad met zo een anderhalf miljoen inwoners wordt elke dag groter.

Op het perron staat Paké op ons te wachten. Hij spreekt erg goed Engels en maakt meteen een sympathieke indruk. Met hem en de chauffeur gaan we morgen op pad. Op naar het hotel maar het is nog vroeg dus de kamer is nog niet klaar.

In het winkeltje van het hotel haal ik koffie en broodjes. Ontbijten doen we dan in de lobby van het hotel. Om half 9 is onze kamer al klaar. Het hotel is erg centraal gelegen, op een steenworp van Sükbataar Square en onze kamer is super de luxe: erg groot, met 2 tweepersoonsbedden, een grote badkamer met een enorme regendouche. Bovendien logeren we op de 24e verdieping waardoor we een prachtig uitzicht hebben op de stad.

We verzamelen het wasgoed. Als we het voor 10 uur binnenbrengen, krijgen we het dezelfde dag nog terug. Dat kost dan wel 60€. We komen tot de conclusie dat ze niet zo nauw kijken bij het wassen van kledij. De klep van Jaspers pet is gesmolten, Johans wandelsokken zijn om zeep en nog enkele andere kledingstukken zijn duidelijk te warm gewassen. Ter compensatie krijgen we het betaalde bedrag terug maar dat dekt de lading niet.

We wandelen door de stad maar oriënteren is nog moeilijk. We lopen volledig verkeerd. Dat geeft niet, zo zie je nog eens wat.

Lunchen doen we bij Le Bistrot Français. Lekkere pasta en een goed glas witte wijn. Meer moet dat niet zijn.

Naar het dinosaurusmuseum of niet?

We gaan naar het Central Museum of Mongolian Dinosaurs. Het is gesloten terwijl het volgens de Lonely Planet open moet zijn. Sterker nog, volgens de openingsuren op de deur moet het ook open zijn. Er komt een bewaker naar ons toe. Het museum gaat vanmiddag om 16 uur open. Wat raar… we snappen er niets van maar beslissen om dan later terug te komen. Wat doen we dan met de rest van de tijd?

Er zijn in deze buurt geen andere bezienswaardigheden of musea. In de woonwijk achter het museum is echter wel een speeltuin en op het plein voor het museum staan elektrische autootjes. We vermaken ons wel. Zittend op het bankje houden we Jasper in de gaten terwijl hij met de andere kindjes speelt. We nemen de buurt in ons op: troosteloze flats uit de Sovjettijd met kleine balkons vol afval, autobanden,…

Om 16 uur gaan we dan terug naar het museum. We hebben al kaartjes want we zouden dit museum met Paké bezoeken als we terugkwamen van het platteland. Paké stelde echter voor dat we het vandaag al zouden bezoeken omdat we een erg vol programma hebben als we terugkomen van ‘The countryside’.

Feestelijke opening voor één dag

Er is duidelijk iets aan de hand. Er is veel volk in het museum maar het zijn geen toeristen. Het museum is feestelijk versierd met ballonnen. Er is een deuropening met een lint ervoor. Er staan spots op het lint gericht en er staat een microfoon. Er zijn gratis drankjes en hapjes, er lopen veel mensen in nette kleren rond. Bovendien hoeven we geen toegang te betalen en heeft men ook geen belangstelling voor onze vouchers. De toegang is gratis vandaag.

We proberen op te gaan in de menigte maar we vallen natuurlijk wel op tussen de lokale bevolking. Dan volgen er toespraken. Eén dame doet dat ook in het Engels. Zij blijkt de voormalige minister van cultuur te zijn. Paké is erg verbaasd als we hem nadien onze foto’s laten zien. Het blijkt de feestelijke opening te zijn van een expositieruimte maar tegelijkertijd gaat het museum ook voor onbepaalde tijd dicht. De nieuwe expositieruimte is dus welgeteld één dag toegankelijk voor het publiek en dat is vandaag.

Feestelijke opening in Ulan Bator

Dus als we hier een paar dagen later gekomen waren, stonden we aan een gesloten deur. Het museum moet van de overheid hun locatie delen met een ander museum waardoor er een reorganisatie gaat plaatsvinden. Het is duidelijk dat zij het er niet mee eens is maar ze benadrukt dat ze er niets aan kan veranderen.

Na haar toespraak kunnen we het museum bezoeken. Pronkstuk van het museum is de tarbosaurus bataar in de centrale hal. Het is familie van de T-Rex. Maar dit is niet het enige skelet. Er zijn vele fossielen, skeletten, eieren en de uitleg is duidelijk en in het Engels. Echt een topper van een museum, vooral ook voor kinderen.

Eerste kennismaking met de Mongoolse keuken

We dineren bij ‘Modern Nomads’ en maken voor het eerst kennis met de Mongoolse keuken. We kiezen voor de Mongoolse specialiteit: Khorkhog. Volgens het menu is dit het meest opwindende gerecht met de meeste smaak. Het dichtgeschroeide lamsvlees wordt gekookt samen met aardappelen, wortelen en gele biet. Het geheel wordt bovendien gekookt in een gesloten, aardewerken pot die verwarmd wordt door hete stenen.

Wij vinden het niet bijzonder. Komende dagen merken we dat aardappelen en wortelen basisingrediënten zijn naast lamsvlees, noedels en soep. Vegetariërs en veganisten hebben erg weinig keuze in Mongolië: alle voedingsmiddelen zijn afgeleid van dieren. De frituurde dumplings met lamsvlees, die ze ‘buuz’ noemen en die we voor Jasper bestellen, zijn wel erg lekker. We betalen 64170 MNT, omgerekend zo een 20€ voor ons diner.

Tip: pin genoeg geld in Ulan Bator

Ik loop nog even naar de bank en haal één miljoen van de bank (omgerekend circa 350€). De mogelijkheden om in dit land geld af te halen zijn erg beperkt, doe het dus in de hoofdstad. Geen nood als het teveel blijkt te zijn, in een wisselkantoor kun je terecht om te wisselen voor Chinese Yuan.

Terelj National Park: het harde leven op het platteland

De volgende dag komen we al snel tot de conclusie dat een Mongools ontbijt erg verschilt van ons ontbijt. Gelukkig is er brood dat ik kan roosteren. Er staan ook kleine bakplaten. Daarop bak ik spiegeleieren. Bovendien is er koffie, dus we komen niets tekort.

Paké en de chauffeur staan op ons te wachten. De komende dagen gaan we met hen op pad. Daardoor is onze trip door Mongolië wel heel ontspannen voor ons. We hoeven ons niet druk te maken om ergens op tijd te zijn, ook niet over het feit dat men ons niet verstaat. Paké regelt alles.

Paké blijkt plichtsbewust, behulpzaam, (klant)vriendelijk en stipt te zijn. Hij is eigenlijk de ideale gids. Hij maakt foto’s van ons en we staan een beetje versteld van de kwaliteit van de gemaakte foto’s. Bovendien reist hij nadien ook nog met ons mee naar Sainshand en neemt hij pas afscheid van ons als we het land verlaten.

Het duurt een hele tijd voor we UB hebben verlaten. Al snel wordt het landschap grilliger en bergachtig. We zien nu het ‘echte’ Mongolië. Yaks grazen rustig in de weidse vlakte. Geiten steken de weg over, jonge kerels galopperen te paard. Een stel rijdt op een motorfiets.

Yaks lopen rond in Mongolië

Rond het middaguur zijn we op onze bestemming: Terelj N.P. We komen langs de gerkampen en zijn blij dat we niet logeren in deze ‘neptenten’ met terras. Dat vinden we toch niet echt authentiek.

Verblijven bij nomaden

Via een hobbelig terrein komen we bij onze ger. De nomaden doen hun ding. Ze hebben een tent over en die ‘verhuren’ ze. We eten niet bij deze mensen, dat doen we verderop.

Eenmaal aangekomen zien we Martin en Gislaine terug. Zij logeren hier ook! Wat een toeval. Ze blijven hier 1 nacht. Als zij morgen vertrekken, krijgen wij hun tent om in te logeren.
Tijd voor de lunch. We eten gefrituurde dumplings en die zijn heerlijk. Ze serveren er augurken bij.

Er is maar één probleem: Jasper wil de tent niet binnenstappen. Hij vindt het eng. Het duurt een tijdje voor hij, op mama’s arm, toch mee naar binnen gaat. Eten, dat wil hij ook niet. Uiteindelijk eet hij wel. Op mama’s schoot met de belofte van enkele koekjes na het eten, lukt het wel. Hij lust dit want hij at het gisteren ook al bij ‘modern nomads’.

Na de lunch doen we eerst anderhalf uur niets. Het is simpelweg te warm. We lezen, kijken rond, Jasper speelt met de andere kindjes. Hij deelt de tikballen uit die we hebben meegenomen en ze hebben reuze pret met zijn allen.

Spelen met Mongoolse kinderen

Turtle Rock, kamelen en de Arayabal tempel

Om half 4 gaan we op pad. Op naar Turtle Rock, de rots die vanaf één zijde op een schildpad lijkt. We beklimmen de rots via de andere zijde.

Jasper wil graag op een kameel rijden. Hij weet wel dat we dit in de Gobi woestijn ook zullen doen maar nu hij de dieren ziet, wil hij erop zitten. Dat doen we dan ook even. Deze regio zal snel toeristisch worden. We zien al dat ze bezig zijn met de bouw van een hotel.

Als je het leuk vindt om trappen te beklimmen, dan is de Arabayal tempel iets voor jou. Eenmaal boven hebben we een prachtig, weids uitzicht. Als we daar aankomen is er een ceremonie bezig. We doen onze schoenen uit, nemen plaats en komen tot rust bij deze rituelen en monotone mantra’s.

Leven tussen de dieren en minder luxe

Terug aan de ger, is het etenstijd. Deze keer (en niet voor het laatst in Mongolië) eten we soep. Daarna roept de plicht: ze gaan de koeien melken en dat vindt Jasper prachtig. Hij kijkt gefascineerd toe.

De kalfjes staan apart. Jasper en de kinderen spelen ermee. Na het melken mogen de kalfjes bij de moeders drinken. Hier neemt men enkel wat men nodig heeft. Daar kunnen wij nog wat van leren.

Daarna voetballen we tot het te donker is om nog iets te zien. Jasper trapt in een koeienvlaai en dus zit er niets anders op dan hem en zijn kleren te wassen. Dat lijkt een kleine moeite maar niets is minder waar.

We zijn terug in onze ger en men maakt de kachel voor ons aan. Een jongen te paard brengt ons een kom, een kan water, een waterkoker en een stekkerdoos. Als het in de tent lekker warm is, was ik Jasper in de kom en vervolgens zijn kleren. Vijf minuten later valt Jasper uitgeteld in slaap.

Slaapzakken krijgen we van onze gids en die hebben we nodig want het wordt hier echt koud vannacht. Ik loop nog even naar buiten want de sterrenhemel is hier adembenemend.

We slapen hier goed maar erg comfortabel is het niet. Het is een ‘bed’ maar i.p.v. een lattenbodem met matras ligt er een plaat met enkele dekens erop.

Het eten en drinken bij nomaden

We krijgen wentelteefjes voor het ontbijt en die smaken heerlijk. Ze drinken hier süütei tjai, dat is een soort melkthee. Er gaat hier niets verloren. Ze koken de melk op de kachel in een grote pan. De romige laag die zich vormt gebruikt men als broodbeleg. Aan de melk worden theeblaadjes en water toegevoegd. Naderhand wordt dit gezeefd en gedronken.

De zure smaak kan mij niet bekoren. Ik drink er een beetje van uit beleefdheid en vraag om kokend water. Ik heb theezakjes bij me en maak zelf thee.

Melkthee drinken in Mongolië

’s Middags eten we noedelsoep en intussen zijn we ook van tent gewisseld. Het is handiger om te logeren bij de nomaden die onze maaltijden voorzien. Tegelijkertijd kunnen we hen gadeslaan. De vrouw heeft een zwaar leven hier. Niet alleen heeft ze verschillende kleine kinderen waar ze voor moet zorgen. Ze bereidt ook onze maaltijden, sprokkelt hout, doet de was,…

Lokaal Naadam Festival

Om 15 uur gaan we naar een lokaal Naadam festival. Er is muziek en dans. Vervolgens wordt er geworsteld. Aan het paardenrennen doen de oudste kinderen van ons gastgezin mee en ze vallen nog in de prijzen ook. Er volgt nog boogschieten.

Er zijn met name toeristen aanwezig maar dat is niet erg. Het is wel leuk om de nationale sporten van het land ‘live’ te zien.

Lokaal Naadam Festival

Ritje te paard

We gaan terug naar de ger want op ons programma staat: paardrijden.

De heer des huizes zou voor ons de paarden zadelen maar hij heeft de overwinning van zijn kinderen gevierd en ligt één van de ger zijn roes uit te slapen. Eén van de kinderen springt op zijn paard en gaat zijn moeder en oudere broers halen. Zij zadelen voor ons de paarden en Jasper mag samen met één van de jongens rijden.

Schattig hoor: Jasper in het zadel, één van de jongens zit achter hem. Deze 12 jarige jongen is heel voorzichtig met onze kleine vent. De kinderen leren hier paardrijden zodra ze kunnen lopen. Jasper kan dus beter bij één van hen op het paard zitten dan bij Johan of bij mij.

Ritje te paard in Mongolië

Die avond eten we noodles. Ook weer met aardappelen, wortelen en lamsvlees. Opnieuw gaat er niets verloren want de overschot komt morgen bij het ontbijt opnieuw op tafel maar dan gemengd met de melkthee.

Als de avond valt ga je slapen. Mijn laatste activiteit op het platteland is het doodslaan van de vele kevers die van het tentzeil op de grond vallen.

Hustai & Chengis Khan

We nemen afscheid van ons gastgezin. We hebben voor elk van de 3 gezinnen waar we logeren, een cadeaupakketje gemaakt. Het is eigenlijk voor de vrouw des huizes en dat vinden wij een uitstekend idee omdat zij het meest voor ons zorgen en ook het zwaarste leven hebben.

Het ‘pakketje’ bestaat uit een douchegel en een deodorant. Paké drukt onze dank uit (het is vooral niet de bedoeling dat ze zich beledigd zouden voelen maar dat is gelukkig nergens het geval en de dames zijn blij met deze luxeproducten).

Het standbeeld van Chengis Khan

We bezoeken het standbeeld van Chinggis Khaan / Dzjengis Khan / Genghis Khan. Hij is voor de bevolking een held. Hij verenigde de Mongoolse stammen en stichtte het qua oppervlakte grootste aaneengesloten imperium van de wereldgeschiedenis. Paké stelt het voor om dit te bezoeken, het is namelijk niet opgenomen in ons reisschema.

Natuurlijk willen we het bezoeken: het is wereldberoemd en één van de bezienswaardigheden die we zeker willen zien. Paké vindt het vreemd dat het niet is opgenomen in het programma. ‘Bij bijna niemand staat het erin en iedereen wil het zien’ zo vertelt hij.

Je kunt het beeld in, en met de trap naar boven. Dan sta je op een soort plateau tussen de heerser en zijn paard. Indrukwekkende foto’s van een zilveren beeld tegen een blauwe hemel. Bovendien is er ook een museum in het beeld over de evolutie van de gertent door de eeuwen heen. Wist je trouwens dat is communistische tijden alle tenten voorzien werden van een tv zodat men de staatsprogramma’s kon volgen?

Het standbeeld van Ghengis Khan in Mongolië

Hustai N.P.: de pracht van het dierenrijk

We gaan op weg naar Hustai. Omdat de hoeveelheid geasfalteerde wegen beperkt is, hebben we 2 opties: We rijden langs Ulan Bator of we rijden off road.
Onze chauffeur besluit om voor de 2e optie te kiezen. Het duurt 2 uur om de 45 km af te leggen. Jasper vindt dat ‘gehobbel bobbel’ prima. Onze chauffeur is voorzichtig maar het is hier nu eenmaal niet ‘vlak’.

Wilde dieren in Mongolië

Onderweg bezoek aan een nomadenfamilie

Dan staan er midden in het grote niets, enkele gertenten. Dat is onze bestemming. De heer en dame des huizes staan op ons te wachten. De vrouw, in traditionele klederdracht. Bij binnenkomst schenkt men ons een kommetje airak maar dat laat ik aan me voorbijgaan. Het is gefermenteerde paardenmelk met een laag alcoholgehalte. Het smaakt naar zure prosecco.

De heer des huizes opent een lade en haalt er een zakje uit. In dat zakje zit een flesje snuiftabak. Hij biedt het ons aan, een teken van gastvrijheid. Afslaan is onbeleefd dus ruiken we aan het flesje zonder het te openen.

Deze nomaden hebben het duidelijk ‘beter’. Het erf is schoner, de tent is schoner. Dit gezin heeft meerdere kinderen waarvan er één in het national park werkt. Eén zoon van 10 jaar oud woont wel nog thuis. Deze dame moet duidelijk minder hard werken en de man is duidelijk in beeld. Ook al zien we meteen dat iedereen zo zijn taken heeft.

Anderhalf uur rijden is het naar Hustai N.P. Al grappend zeggen we ‘hopelijk hebben we het juiste karrespoor’. De ‘weg’ is niet meer dan dat. Desondanks valt Jasper toch in slaap tijdens de rit.

We bezoeken eerst het museum en we gaan pas het park in als het minder warm is. In het park geldt er eenrichtingsverkeer dus rondrijden op goed geluk is niet mogelijk.

Wilde Mongoolse paarden

Khustai National Park werd in 1993 geopend om de takhi te beschermen. Deze wilde, Mongoolse paarden worden ook Prezwalski paarden genoemd naar de Poolse ontdekker die de paarden in 1878 voor het eerst beschreef. Ze waren bijna uitgestorven maar dankzij een fokprogramma waar o.a. Nederland aan meewerkte leven er nu ongeveer 350 paarden in het wild.

We gaan naar een stopplek en zien meteen lichtgekleurde vlekken tegen de bergwand. Daar zijn ze!!! Ze komen in galop de berg afgerend. We staan een hele tijd te kijken naar de 3 groepen paarden die we zien. We zien veulens en volwassen dieren. We zien ze ruzie maken, omrollen en galopperen.

Diep onder de indruk keren we terug naar ons gastgezin. Dieren kun je niet sturen dus we beseffen dat we geluk hebben gehad.

Prezwalski of Takhi Mongoolse paarden

Gezelligheid in de ger

We dineren laat en maken er kennis met de andere – Koreaanse – gasten die in de USA wonen. We halen de fles drank boven die we bij ons hebben en de sfeer zit er al snel goed in. De heer des huizes haalt een fles wodka van Mongolië boven. Die smaakt opperbest. Uit beleefdheid proeven we ook een zelfgestookt goedje. Een soort wodka gemixt met melk. Niet echt ons ding maar dat geeft niet.

Paké? Hij drinkt gezellig mee en is vertaler tussen ons en de Koreaanse toeristen enerzijds en ons gastgezin anderzijds.

Met Mongoolse nomaden samen eten maken

Kharkhorin: is dit een droom of is het echt?

De wekker gaat vroeg want ik wil de zonsopgang zien. Dat hebben de Koreanen ook bedacht en we staan samen in het donker te wachten. Het is prachtig! We staan te weinig stil bij het moois uit de natuur. Langzaam wordt het licht en verlicht de zon, de weidse vlakten.

Het ontbijt staat klaar. Dat ze hier vaker toeristen ontvangen zagen we gisteren al omdat er ketchup op tafel stond. Vanmorgen valt het ook op want ze hebben yellow label thee (naast de melkthee) en er is multi-vruchtensap. Lekker!

Op weg, eerst 20 km offroad, dan op de weg. We stoppen verschillende keren. Dromen we? Nee hoor: er loopt een vos over de vlakte. Ongelofelijk!!! Wat een geluk (alweer)! Verderop loopt er een berggeit en even later zien we een hert. Op een paal zit een valk. ‘Jullie hebben wel heel veel geluk’ besluit Paké.

Ons busje rijdt rakelings langs de rivier. Je moet er niet aan denken wat er kan gebeuren als de wielen hun grip verliezen.

Opnieuw lunchen we laat maar wat een toplunch!!! Gestoomde dumplings met een vulling van lamsvlees, augurken en zoet-zure groenten. Heerlijk!

Dit gezin heeft het nog beter dan het vorige. De ger is ingericht met ‘moderne’ meubelen. Er staat zelfs een bank die ze ’s avonds uitklappen als bedbank. Van comfort gesproken. Ook hier biedt de heer des huizes ons snuiftabak aan. Tot straks, fijne mensen.

Karakorum was de voormalige hoofdstad van Mongolië maar na 2 oorlogen was ze volledig verwoest. Het museum hier in Kharkhorin geldt als het beste museum buiten Ulan Bator. Het is inderdaad indrukwekkend: sieraden, oude munten, een skelet en een half uitgegraven ‘verzonken oven’ herinneren ons eraan dat dit een stad was.

Het Erdene Zuu klooster

Een welvarende stad zelfs, maar het klooster is de reden dat we hier zijn. Erdene Zuu Khiid was niet alleen het eerste boeddhistische klooster in Mongolië maar ook één van de weinigen die het communistische tijdperk heeft doorstaan. Al was het vanaf 1937 geen klooster meer en werden de overgebleven gebouwen als stallen gebruikt. In 1965 mocht het dan openen als museum en pas in 1990, na de val van de Sovjet Unie, werd het weer een klooster.

Het klooster is ommuurd en de omwalling is versierd met 108 stupa’s. De ligging is fantastisch, met uitzicht op de bergen. Het prachtige weer zorgt ervoor dat we, ook hier, schitterende foto’s maken. Ja, er zijn toeristen maar het zijn er weinig. Het is hier rustig, zoals het hoort in een klooster.

We nemen de tijd om het te bezoeken. Ongelofelijk, we zagen het al eens op tv maar nu zijn we hier echt. Ook als ik naderhand terug thuis ben en de fotoboeken maak, kan ik soms niet geloven dat we hier echt geweest zijn.

Erdene Zuu klooster

Het kleurrijke King’s Monument

We gaan nog even naar King’s Monument. Het bestaat uit 3 wanden met kleurrijke mozaïeken. Ze laten het Mongoolse rijk zien ten tijde van de overheersing door de Hunnen, de Turken en ten tijde van Chingiss Khaan. In de verte zien we onze ger. Het valt ons op dat de strakblauwe lucht langzaam verandert in een wolkendek. Het ziet er onheilspellend uit en dat blijkt het ook te zijn maar daar komen we later pas achter.

Iedereen wil met Jasper op de foto. De neefjes en nichtjes van het gezin komen langs om met ons op de foto te gaan en met Jasper te spelen.

Verblijf bij een nieuw gastgezin

Het diner bestaat uit soep. Zucht, alweer soep. Een uitgebreide menukaart hoef je hier niet te verwachten maar het moet gezegd worden: we worden hier niet ziek van het eten.

We kletsen met ons gastgezin. Er lopen veel kinderen rond maar die blijken familie van hen te zijn. Zij hebben 1 dochter, zij is 10 jaar oud.

‘We kregen haar en daarna zijn we getrouwd’ vertelt de man. Daar kijken we van op. Waarom gingen we ervan uit dat men hier traditioneel was? ‘Meer kinderen zijn welkom maar ze komen gewoon niet’ zo besluiten ze. Hier beslist de natuur, zoveel is duidelijk. Hij is één jaar ouder dan zijn vrouw. Dat hadden we niet verwacht want hij lijkt veel ouder.

De wodka van gisteren beviel ons prima, op de weg hierheen kochten we een fles voor omgerekend 8€. Die fles halen we nu boven. Paké is in zijn nopjes want blijkbaar is het een teken van eerbied als je je gastheer wodka aanbiedt. Je moet het maar weten.

De paarden worden gemolken en er komt iemand aan op een motorfiets om melk te kopen. De handel bezorgt hen welvaart, zoveel is duidelijk.

Onze ger staat blijkbaar vlakbij een oude begraafplaats. Paké wijst op een verhoging met stenen in een ronde vorm.

Even later gaan we naar onze ger. Johan en Jasper slapen al snel. Ik schrijf de avonturen van deze mooie dag nog snel op maar dan word ik opgeschrikt door een donderslag. Dat was vlakbij. Is dat regen? We hebben een overgebleven bed. Snel leg ik onze koffers en rugzak op het bed. Ook de schoenen zet ik op het bed. Nu staat er niets meer op de vloer en dat is maar goed ook, want 5 minuten later stroomt de regen door de ger.

Ulan Bator: terug naar de bewoonde wereld

Prachtig hoor, het platteland… maar we missen het comfort van de stad. Een badkamer, stromend water, geen kevers tegen het plafond,… Het waren stuk voor stuk fijne mensen, ze waren gastvrij, ze deden hun best. Het is het leven zoals het is voor de nomaden en dat is precies wat we wilden beleven.

Het verkeer in UB is een ramp. Zodra we de randstad naderen, ruiken we weer de dieseldampen en zeggen we vaarwel aan de vlagen van bloemen- en kruidengeuren die het platteland typeren. Maar we zeggen ook vaarwel aan het gat in de grond dat men ‘toilet’ noemt, de kevers tegen het tentzeil en de koude in de nacht. ‘Hallo’ aan comfort en aan stromend, warm water.

We gaan lunchen. Het Mongoolse BBQ restaurant is eigenlijk een wokrestaurant. Nog nooit smaakten gewokte, verse groenten en scampi’s zo goed. Helaas lunchen we laat waardoor sommige bakjes al leeg zijn maar desondanks is er veel meer keuze dan de afgelopen dagen.

Nationaal Museum in Ulan Bator

Het Nationaal Museum is de ideale activiteit voor de regenachtige dag die het vandaag is. De geschiedenis van Mongolië: van de vroegste nederzettingen tot nu. Terug buiten wordt het pijnlijk duidelijk dat riolering in de hoofdstad ontbreekt. In no time zijn de straten overstroomd en staan kruispunten onder water.

We klagen niet, we zijn blij dat we prachtig, droog weer hadden op het platteland. Het is er vast geen pretje als het er veel regent.

We bezoeken ook even het Gandan klooster. Dit klooster heeft de Sovjet overheersing niet overleefd en is heropgebouwd.

We zijn blij als we ingecheckt hebben. Er wacht een warme douche en een schoon toilet op ons. Tijd om even te relaxen.

Fastfood eten in Mongolië

Voor het diner lopen we niet ver. Achter het hotel ligt de Black burger factory. Na 5 dagen traditionele Mongoolse keuken, smaakt fastfood opperbest al zijn we natuurlijk nog steeds in Mongolië: Johan bestelt een burger maar ze hebben de ingrediënten niet meer om deze te maken. Coca cola en Fanta zijn ook op. De burgers die ze wel hebben zijn heerlijk en ook de goudgele frietjes smaken goed. Voor 40 000 MNT (zo een 13€) hebben we vanavond met 3 personen gegeten en gedronken.

We slapen heerlijk in deze zachte boxsprings. We gebruiken onze telefoons als babyfoonsysteem. Zo kunnen we Jasper laten slapen terwijl we ontbijten. Als we terugkomen in de kamer is hij nog niet wakker.

Het ontbijt eindigt om 9 uur. Dan eten de personeelsleden ‘de restjes’ op. Toch heeft er niemand bezwaar als we om 9 uur met Jasper binnenstappen en hij nog wat eet. Ze komen zelfs vragen of we nog koffie willen. Dit land heeft bijzonder gastvrije, vriendelijke inwoners. Een geschiedenis die een Hollywood film waardig is. Fantastische landschappen, fauna & flora. Het is alles wat we ervan verwachten en nog veel meer.

De paleizen van Bogd Khan

We nemen een taxi naar het Winterpaleis van Bogd Khan. Vreemd genoeg overleefde dit gebouw de Sovjet overheersing. Dat mag een wonder heten als je weet dat Jebtzun Damba Hutagt VIII, Bogd Khan, de laatste koning, hier 20 jaar heeft geleefd en de Sovjet niet bepaald fan waren van andere (voormalige) heersers.

Het zomerpaleis bestaat uit tempels, het winterpaleis is een echt ‘gebouw’ en een museum vol opgezette dieren en met voormalige eigendommen van de koning.

We nemen opnieuw een taxi naar Zaisan Memorial, een monument op een heuvel, een ode aan het communisme. We komen hier vooral Chinezen tegen. Het meest indrukwekkend is het zicht op de stad.

De helft van de totale bevolking woont in deze stad die snel groeit. Het centrum bestaat uit pleinen, musea en flatgebouwen. De randstad uit tenten. Ger, her en der neergezet, door nomaden die op zoek zijn naar een beter bestaan en werk in de hoofdstad.

Mongoolse taxi-ervaring

Onze chauffeur is volgens ons ook een analfabeet en hij spreekt geen woord Engels. Ik laat hem het stadsplan zien, en wijs aan maar ook dan snapt hij het niet. Dan belt hij met zijn broer, zijn neef of wie er de telefoon ook maar opneemt. Dan moet ik vertellen waar ik heen wil en moet ik hem zijn telefoon teruggeven.

Na een tijd zet hij de auto ergens neer en maakt ons duidelijk dat we op hem moeten wachten. We zitten een half uur in zijn taxi, in een steegje. Hij komt dan terug en na veel gebaren begrijpen we wat hij ging doen: hij kocht een nieuwe telefoonkaart zodat hij met ons kan communiceren op zijn manier.

Het verkeer is verschrikkelijk druk. We kunnen wel wandelen naar het hotel maar het regent zo hard dat we besluiten om in de taxi te blijven en stapvoets naar het hotel te rijden.
We zijn wel 2 uur met hem onderweg (want hij wachtte op ons toen we Zaisan memorial bezochten). Het kost ons uiteindelijk 11200 MNT (zo een 4€). We geven hem een mooie fooi. Het verkeer was verschrikkelijk maar hij bleef rustig en deed zijn werk goed.

Met de trein naar Sainshand

We gaan opnieuw naar de Black burger factory maar deze keer gaat Johan blikjes cola kopen bij Modern Nomads dat ernaast gelegen is. De taxi staat op ons te wachten: terug naar het station. We nemen afscheid van de chauffeur en stappen met Paké op de trein.

We hebben een coupé voor ons vieren. ‘Paké heb je al gegeten?’ vraag ik hem. Dat heeft hij niet, zo blijkt. Gelukkig heb ik nog noodles bij me, die maak ik voor hem klaar. Hij eet ze met smaak op. Jasper, die al frietjes at, wil ook noodles. Het lijkt wel een traditie: noodles eten in de trein. Wij reizen met 3 koffers en een rugzak. Paké reist met een handtas.

Gobi woestijn: zon, zand en zóóó veel te zien

We zijn niet meteen onder de indruk als we aankomen in Sainshand. Het stadje maakt een troosteloze indruk op ons. De chauffeur laat op zich wachten. Paké begint meteen te bellen.

We rijden naar een ger kamp. Ja, het is zo een kamp met ‘neptenten’ maar we hebben geen keuze. Er is niets anders dan dit gerkamp in deze buurt. Maar ach, we krijgen een upgrade want we reizen met een kind. Dat zorgt ervoor dat we een privé badkamer hebben met een douche, een toilet en stromend, warm water. Authentiek is het niet maar wel comfortabel.

Er staat ontbijt voor ons klaar en het mag gezegd: het eten is hier zeer goed. Nog een voordeel van het feit dat hier zoveel toeristen komen. Ze weten wat toeristen verwachten en spelen er handig op in. Ik hou in eerste instantie mijn hart vast als er droog, wit brood op tafel komt maar dat is nergens voor nodig: er volgen borden met worstjes, rijst, komkommer en een sunnyside up gebakken ei. Kortom een top-ontbijt!

Tempelbezoek in de Gobiwoestijn

Al was onze eerste indruk niet ‘wauw’, dat komt wel als we dieper de Gobi inrijden en de wolken verdwijnen als sneeuw voor de zon. Onze eerste bestemming (van de vele stops op deze dag) is Khamaryn Khiid. Het originele klooster dat in 1821 door Danzan Ravjaa werd gebouwd, werd in 1930 vernietigd. Rara door wie…
De huidige tempels zijn dus nog niet oud.

Wel oud en zeer indrukwekkend is de Shambhala waar men komt zingen en bidden. Aan deze heilige plaats worden energetische krachten toegeschreven. We volgen de instructies van Paké op. We leggen ons op de grond zoals de locals doen: met gestrekte armen en benen. Je zou zo in slaap vallen op de warme grond met je blik op de blauwe hemel en de zon op je gezicht.

We bezoeken de ‘108 grotten’ maar het zijn er geen 108 meer. Het lijkt eerder een archeologische site dan een grottencomplex. Er is ook een grot waar je door kunt schuiven en je vervolgens ‘herboren’ uit komt. Jasper heeft plaats genoeg om dat te doen maar voor mensen men claustrofobie is het niet aan te raden.

Khamaryn Khiid

Een heuse dinosaurus

We gaan weer verder maar ineens stopt het busje. Daar staan we dan in het midden van de woestijn. Er is hier niets behalve zand. Paké gebaart ons, hem te volgen. Eerst een heuvel af, dan een heuvel op. Groot is onze verbazing als daar een skelet van een dinosaurus ligt. Ongelofelijk. Een dinosaurusskelet op zijn originele vindplaats. Misschien niet het meest complete skelet maar toch.

Blijkbaar is het niet duidelijk waar het skelet heen gaat en dus blijft het op de vindplaats tot men beslist heeft wat men ermee doet. Overal ter wereld staan er skeletten van dinosaurussen in musea. Velen zijn hier, in Mongolië gevonden. Ze worden verkocht aan de hoogste bieder, want het is nog steeds een arm land. Als men dat niet deed, was Mongolië echt het land van de dino’s.

We zijn heel blij en verrast. We wilden een vindplaats bezoeken maar alle bekende vindplaatsen zijn ver weg. Mongolië is een groot land en door de weinige wegen (en de bedenkelijke staat ervan) zit je al snel met lange reistijden.

Versteend woud en fijn zand op de zandduin

Op naar het ‘versteende woud’. Helaas is er hier nog maar weinig over van het ‘woud’. Het zijn eerder stukken versteend hout die hier staan. Naderhand komen we ze overal tegen: in Sainshand als ‘decoratie’, in het museum. Alle stukken die niet te groot en te zwaar zijn, zijn weggehaald. Het is wel bizar dat het eruitziet als hout maar dat het toch echt keihard is, als steen.

De laatste stop voor de lunch is een grote zandduin waardoor we ons in de Sahara wanen. Hier is het zand zoals we dat verwachten van een woestijn. Al zijn we er al achter gekomen dat er verschillende soorten zand zijn: van geel en fijn zoals op deze zandduin, tot rood en grof op de Heilige plaats, maar ook donker tot zelfs zwart.

Uitgebreide lunch en kamelentocht

Terug naar het kamp voor de lunch. Inmiddels is het al 14 uur maar we zijn de drukte voor. De grote groepen komen zelfs nog later lunchen.
De ‘lunch’ is eerder een vier gangen diner: vooraf een salade van tomaat en komkommer, groentesoep met lamsvlees, rijst met groenten en rundvlees en als dessert ijs met rood fruit. Niet meteen de Mongoolse keuken maar wel lekker.

Er staat nog meer op het programma en dus gaan we na een half uurtje rust weer verder. Tijd voor de kamelentocht. Jongens, doe een lange broek aan. Johan kijkt me bedenkelijk aan maar luistert wel. Het is dan wel warm weer, kamelenvacht is bepaald niet zacht en je schuurt zó de binnenkant van je benen open tijdens een uurtje op ‘het schip der woestijn’.

Deze mensen zijn echt heel arm maar toch gastvrij. Zij leven van en met de kamelen. We krijgen een glas kamelenmelk aangeboden. Ook al hou ik niet van melkproducten, ik proef er wel van. Ik heb het nog nooit gedronken en wil toch alles eens proberen. Kamelenmelk is lekker, smaakt nootachtig. Ze hebben veel kamelen, die bij elkaar gedreven in de volle zon liggen.

Hobbelen op de kameel. Dat vinden Jasper en ik wel leuk. Van de ene zandduin naar de andere onder leiding van de dame des huizes. Na een uurtje heeft Jasper er schoon genoeg van. ‘Het doet pijn aan mijn plasser’ zegt hij met een zielig stemmetje. Hij zit samen met mij op een kameel en heeft inderdaad niet veel plaats. ’t Is mooi geweest, we gaan verder.

Kamelentocht Gobi woestijn

Spectaculair uitzicht vanaf een heilige berg

Ons laatste bezoek, is een ideale bestemming als de hitte afneemt. Bayanzürkh uul is een berg waar men ook krachten aan toeschrijft, voor ons zijn het vooral veel trappen. Normaal mogen vrouwen deze heilige berg maar voor de helft beklimmen maar niemand zegt er iets van als een vrouwelijke toerist toch verder klimt zo staat in de reisgids te lezen. Ook Paké zegt dat ‘vrouwen hier moeten wachten’. Toch zie ik dat niet zitten. Te meer omdat Johan (die moe is en geen zin heeft in de vele trappen) beslist heeft om beneden te blijven. Ik wil graag het uitzicht boven op de berg zien. Tegen de regels in ga ik verder. Paké zegt niets en volgt me.

Wauw! De beloning is een wijds uitzicht met aan de ene zijde de Gobi Desert en aan de andere kant de Gobi Mountains die ontoegankelijk zijn. Er zijn geen wolken dus het zicht is echt spectaculair.

Laatste avond in Mongolië

Het is al half acht ’s avonds als we weer in het kamp zijn. Hier komen we niet om van de honger: een wortelensalade, hamburger met rijst en groenten en een chocoladekoek staan voor ons klaar.
Tijd om ons te douchen want, we ruiken het zelf niet maar we ruiken vast naar zweet en naar ‘de stinkkamelen’ zoals Jasper ze noemt.

Ik sta vroeg op om de zonsopgang te zien, die is heel mooi maar kan niet tippen aan de zonsopgang op het platteland. We zijn natuurlijk ook in het kamp en niet echt in de Gobi woestijn. Daar is het vast veel mooier. Vannacht sliep ik slecht. Op het platteland sliepen we in de slaapzakken die de chauffeur voor ons bij zich had. Die waren veel warmer dan de dekens in dit toeristenkamp.

We vinden Mongolië echt prachtig. Ook de foto’s zijn spectaculair. De mensen zijn enorm gastvrij ook al hebben ze geen gemakkelijk bestaan. Met de insecten heb ik het echter helemaal gehad. Geen muggen gelukkig maar massa’s kevers.

We komen het restaurant binnen (eigenlijk een enorme grote, stenen versie van een ger) en zien overal porridge op tafel staan. Ik kan maar op het nippertje voorkomen dat ze ons ook die rijstepap serveren. Gelukkig zei ik er wat van want de worst met bruine rijst en groenten bevallen ons veel beter.

Twee kleine musea in Sainshand

We gaan op weg naar Sainshand. Daar bezoeken we de 2 musea die er in het stadje te vinden zijn. Het eerste is het Danzan Ravjaa museum. Het is een klein museum met bezittingen van deze vereerde man. In de Sovjettijd werden ze begraven om ze voor vernieling te behoeden.

Men zegt dat een deel van zijn bezittingen nog steeds niet opgegraven zijn. We zien er koffers en geschriften maar ook bewerkte en zelfs verzilverde menselijke schedels.

Danzan Ravjaa was een prominente Mongoolse schrijver, componist, schilder, boeddhistisch geleerde en arts. Hij was de 5e Noyon Khutagt (Lama van de Gobi).

Het provinciale museum stelt ook niet zoveel voor. Enkele dinosaurusbotten, enkele stukken versteend hout, tal van opgezette dieren maar het toont lang niet de rijkdom die er ooit was. Het museum maakt een verouderde indruk en er zijn ook weinig toeristen.

Einde aan de rondreis door Mongolië

Vóór de lunch zijn we al klaar met het bezoeken van de culturele schatten van deze regio. We eten Chinees vanmiddag. Dat smaakt opperbest. Vervolgens wisselen we het overgebleven Mongoolse geld voor de Chinese munt. Van de 1 000 000 MNT heb ik er nu nog 684 000 over. Mongolië is dus geen duur land in mijn ogen. Toch heb je best voldoende bij je want je kunt lang niet overal geld wisselen. Wij zagen alleen een ATM in de hoofdstad. Bovendien heb je beter de Chinese Yuan bij je als je China binnenkomt maar daarover later meer.

Lees meer verhalen

Trackbacks/Pingbacks

  1. China, Noord-Korea en de Mass Games met kind | Jouw Noord-Korea Reis - 7 juni, 2021

    […] Dit is het derde deel van het reisverslag van Leen, Johan en Jasper. In dit deel lees je hoe zij het ervaarden om met hun kind door China te reizen en de Mass Games in Noord-Korea bij te wonen. Het eerste deel over hun reis door Rusland lees je hier, en het tweede deel over Mongolië lees je hier. […]

  2. Noord-Korea met kind deel 2: Het vervolg | Jouw Noord-Korea Reis - 18 juni, 2021

    […] Het eerste deel over hun reis door Rusland lees je hier, het tweede deel over Mongolië lees je hier , en deel 3 over China en de Mass Games in Noord-Korea lees je […]