Belgische avonturiers deel 2: Transsiberië Express door Mongolië naar Beijing

Reisperiode: mei/juni 2018
Jouw Transsiberië reiziger: Sofie, Werner & vrienden
Vakantiebestemming: Rusland, Mongolië & China
Bouwstenen: Moskou, Kazan, Yekaterinburg & Baikalmeer (deel 1) – Hoogtepunten Mongolië & Beijing (deel 2)
Reisduur: 28 dagen


Wist je dat Your Planet regelmatig reizen organiseert voor Belgen?
Lees hieronder deel 2 van het uitvoerige reisverslag van vier Belgische, zeer reislustige vrienden. Na een unieke route door Rusland te hebben gereisd zijn ze in Ulan Bator aangekomen, om uiteindelijk hun reis te eindigen in Beijing
Ben je ook geïnteresseerd in de Trans-Siberië Express? Deel 1 van dit reisverslag kan je hier vinden en staat vol handige tips voor vertrek met een uitgebreide beschrijving over wat je zoal kan zien!

 

Onze eerste nacht in een Ger

Aangekomen in Ulan Bator brengt de chauffeur van Your Planet ons naar een guesthouse. Lunchen doen we in een plaatselijk restaurantje op weg naar Kharkorin. We kunnen kiezen uit soep en een gerecht met rijst of frietjes. Onze eerste Mongoolse maaltijd smaakt goed.

Aan de tafel naast ons zit een groepje Zuid-Koreaanse kerels. Ze hebben een fles Mongoolse wodka mee en trakteren ons al direct op een borrel.

Voor de WC moeten we naar een houten kotje aan de overkant van de straat: een ongeveer 2 meter diep gat van enkele vierkante meter met een houten dak, vloer en om de meter een tussenschot. Om de 4 planken ontbreekt er een plank waarboven je moet gaan staan om te mikken…

Dit systeem zullen we overal langs de kant van de weg en ook bij de nomaden terugvinden.

Het weer is niet al te denderend vandaag. De lucht is grijs en het regent behoorlijk. Er is zoveel wind dat je de regen echter niet voelt als je uitstapt. Het is ook nog eens bere-koud. 

Ons Gerkamp in Kharkhorin ligt vlak naast het Erdene Zuu klooster dat we morgen zullen bezoeken. Op de grasvlakte staan een tiental Mongoolse gers. Al sinds de tijd van Chenghis Khan is er aan de constructie weinig veranderd. De toiletten bevinden zich in een stenen gebouwtje. Er zijn ook douches en lavabo’s.

Eten doen we in een ander gebouwtje waar ook de familie eet. We kunnen in de keuken binnenkijken en zien potten, pannen en zakken etenswaren overal op de grond verspreid staan.

Terwijl wij van onze door Mela, onze gids, gemaakte groentenmaaltijdsoep smullen, worden er op de tafel van de familie allerlei knoken geserveerd. Na het eten gaan we voor een kleine bijdrage de liedjes van 2 keelzangers (techniek van de boventoonzang) aanhoren.

Voor we gaan slapen wordt eerst het houtskoolstoofje aangestoken. Onze ger verandert al snel in  een sauna.

 

Het unieke Erdene Zuu Klooster

Vanmorgen bezoeken we eerst het Erdene Zuu klooster. Dit is wellicht het oudst overlevende Boeddhistische klooster van Mongolië en ligt vlak bij het oude ‘Karakorum’ dat korte tijd de hoofdstad van het land is geweest.

Omdat Stalin met dit klooster wilde bewijzen dat er in de Sovjet Unie wel degelijk zoiets als vrije meningsuiting bestond, werd het, in tegenstelling tot vele andere kloosters, tijdens de Communistische revolutie niet met de grond gelijk gemaakt.

Mela vertaalt alle uitleg die onze kleine, tengere gids in elke tempel over elk relikwie en elk Boeddhabeeld geeft. Aan het klooster is ook een soort school verbonden. De leerboeken in de ’Lavarin Süm’ (Tibetaanse tempel) zijn in een rood/oranje katoenen laken ingepakt. Op vraag van Alain mogen we er eentje zien.

Buiten de tempel staan 2 jonge monniken op een soort trompet de overige monniken voor het gebed op te roepen.

Goed weer en prachtige natuur

Na een uitgebreid bezoek trekken we met ons 4*4-busje dieper de Orkhon vallei in. De beroemde waterval is ons eindpunt voor vandaag.

Op onze vraag gaat hij ook op zoek naar yaks die hier in de buurt grazen. De omgeving is hier heel groen en prachtig: helemaal zoals ik het mij had voorgesteld. Het weer is daarenboven ook nog eens top!

De weg naar ons kamp is zwaar. We moeten langs de lavarotsen zigzaggen en komen slechts met horten en stoten vooruit. Maar ja, dat is Mongolië… We zullen vandaag zo’n 6 uur in het busje afleggen.

Van ons kamp, dat slechts enkele gers rijk is, is het zo’n 10 minuten wandelen tot bij de rivier en de lege waterval. Het water heeft hier een heuse canyon in de rotsen uitgesleten.

Paarden kijken

Ik ben al voor 6 uur uit de veren om naar de waterval te wandelen. De zon komt jammer genoeg langs de verkeerde kant op dus kan ik zoals gehoopt geen mooie foto’s van de ‘canyon’ trekken. Dit weidse landschap, opkomende zonnetje, rust en het gevoel alleen op de wereld te zijn is geweldig.

Terug bij de tent gearriveerd zijn mijn mede-reisgenoten ook wakker geworden niet wetende dat het nog zo vroeg is. Ze vragen me of ik mij van uur heb vergist? Ons ontbijt bestaat uit bokes met confituur (brood met jam), lekker.

Na het ontbijt vertrekken we richting Khustain Nuruu National Park om er naar de zeldzame Prezwalskipaarden of Takhi op zoek te gaan.

We droppen onze spullen in de tent en vertrekken op zoektocht naar de paarden. We moeten een heel eindje rijden maar zien dan toch een hele bende. Er zijn zelfs enkele kleintjes bij. Blijkbaar is het zien van de paarden geen garantie. Ik hoor later mensen die er op hun rondrit geen zijn tegengekomen.

We krijgen per koppel een tent toegewezen: heel gezellig en kleurrijk. Het kastje, de hoge bedden, zijn in dezelfde motiefjes gedecoreerd. Heel wat anders dan onze eerdere accommodaties. Zeker leuk om hier ook eens te kunnen blijven.

Bijna bij Ulan Bator

Het is bewolkt maar niet heel koud als we opstaan. Vanaf  8 uur is de zon terug van de partij. Omdat we nog maar zo’n 100 kilometer van Ulan Bator verwijderd zijn moeten we vandaag slechts  4 uur bollen (rijden) om in Terelj Nationaal Park te geraken zullen we dwars door de hoofdstad rijden.

We stoppen bij het 40m hoge Chengis Kahn monument. Deels met de lift en deels met de trap bereiken we de kop van zijn Trojaans paard vanwaar we pal in het gezicht van de grote veroveraar kijken. We bezoeken ook het interessante museum aan de voet van het monument.

Die avond slapen we in een ger die uitgerust is met een flat screen TV, vitrine-kastjes, 2 bedden, tafeltje.

In het gebouwtje even verderop wordt gekookt. Tussen de keuken en de woon-slaapkamer is een stukje grond waar de koeien en kalfjes ’s nachts op stal gaan.

Wijsheden van een Boeddistische tempel

Nadat we afscheid hebben genomen bezoeken we het Aryapala Boeddhistisch klooster. Het klooster heeft de vorm van het hoofd van een witte olifant: het symbool van een belangrijke boeddhistische god.

De weg naar de tempel is een meditatiewandeling vol  Boeddhistische spreuken en wijsheden: de 116 trappen vormen de slagtanden van de olifant. De wandelingen west en oost van de tempel zijn de oren en de tempel zelf is het hoofd.

Op de rotsen is de bekendste en wijdst verspreide Boeddhistische mantra ‘Om Mani Padme Hum’ in kleur afgebeeld. De spreuk betekend ‘ik eer de parel (wijsheid) in de lotus’. Het opzeggen of zingen van de mantra brengt je tot rust en dat kan ik zeker beamen.

In Ulan Bator wil ik vooral de beroemde Choijin lama tempel (Sakyamoni Boeddha) bezoeken. De 6 tempels liggen tussen hoge, moderne gebouwen verstopt. Je zou dit plekje van rust hier helemaal niet verwachten. Omdat  het complex in 1939 tot een museum werd omgevormd kon het van de verwoesting tijdens de Communistische revolutie gered worden.

We gaan verder naar het Chengis Kahn plein. Een groepje gepensioneerden is er bijeengekomen in hun traditionele kleding. Het levert leuke foto’ s op.

Een geweldige treinrit

In het station is het een drukte van jewelste. In tegenstelling tot onze eerder genomen treinen staat het perron vol witte (Europese) toeristen. We zijn helemaal verrast als even later een nette, moderne, blijkbaar nieuwe, roos-witte trein komt aangereden. 2 hostessen in een blauw pakje kijken onze tickets, welke we gisteren in het hotel hebben gekregen, na en ‘off we go’…

Trein 24 is een pareltje. Elke coupé heeft zachte, licht-groene zetelovertrekken met frennekes. Een soort zijde-achtige lilla kussens, dito deken en propere witte lakens liggen er voor ons klaar.

Het landschap verandert. Bomen ruimen plaats voor zandvlaktes en even later rijden we door de Gobi-woestijn. Hoewel het merendeel van de toeristen tijdens hun (korte) bezoek aan Mongolië een uitstap door een stukje Gobi-woestijn boekt, heb ik er geen spijt van dat ik voor de natuur van de Orkhon vallei heb gekozen.

 

Het treinspoor richting Chinese grens is nogal bochtig. We kunnen mooie foto’s trekken van de staart van de trein terwijl wij helemaal vooraan in onze wagon 2 uit het raampje zitten te kijken. Het heuvelachtige zanderige landschap ruimt gaandeweg terug plaats voor groen gras, bomen en struiken.

Om 18u55 stopt de trein voor de Mongoolse grenscontrole. Onze passen worden meegenomen en deze krijgen we pas na anderhalf uur terug. Rond 21u bereiken we de Chinese grens.

Het is aangenaam warm op het perron. Soldaten zijn alom aanwezig en lopen er mooi in de pas af en aan. Als ik een foto van de gebouwen wil trekken wordt mij onmiddellijk een kwade blik toegeworpen. Het volledige treingezelschap moet via de passencontrole,  migratiepapiertjes invullen en langs de douane (van elke vinger wordt een afdruk genomen) naar een luchthavenachtige vertrekhal.

De volgende dag zijn we niet gehaast. De restauratiewagen is deze nacht afgekoppeld en nu moeten we zelf voor het ontbijt zorgen.

Vreemd hoe de ruim 24 u op de trein zijn voorbijgevlogen. Ik heb zelfs maar even de tijd gevonden om in mijn Zwanenboek te lezen.

Bewonderenswaardig Beijing

Na de check-in van ons Hotel gaan we meteen de stad bezichtigen.

Langs de Donchang’an Jie staan om de 100 meter 2 militairen rug aan rug. In tegenstelling tot deze in Moskou mogen ze hier wel met hun hoofd bewegen. Naarmate we de Poort van de Hemelse Vrede naderen stijgt de hoeveelheid militairen. Van werkgelegenheid gesproken.

Het Engels van de Chinezen reikt, in tegenstelling tot dat van veel Russen, niet  verder dan ‘hello’ en ‘thank you’.

Aanvankelijk denk ik nog dat het plein misschien altijd verboden terrein is. We keren terug en wandelen de Wangfujing Dajie in.

We lopen door de Chinese poort en kijken onze ogen uit naar de etenswaar die in de etalages van de verschillende eetkraampjes is tentoon gesteld. De pootjes van de op satéstokjes gespietste krekels bewegen nog.

We vinden een terrasje waar we kunnen aanschuiven en bestellen kip, vlees, rijst, noedels,… en een paar frisse pinten. Van de Chinese geisha die op het podium staat te zingen en om het nummer van outfit verandert zou ik niet onmiddellijk een CD kopen. Hier heeft het wel iets.

De zware klim op de Chinese muur

Vanmorgen smullen we opnieuw van een lekker ontbijt.

De bus die ons naar de muur zal brengen is een beetje te laat en zit al redelijk vol. Nadat we nog enkele gasten in andere hotels hebben opgepikt rijden we een 90 km richting het Mutianyu-gedeelte van de Grote muur.

 

We hebben de keuze om al meteen de muur op te gaan of een kabelbaan (120Y pp) tot toren 14 te nemen. We kiezen voor het laatste en sparen onze energie om vanaf toren 14 verder te klimmen. Op het terras van toren 14 heb je een mooi zicht op hoe de muur omhoog kronkelt. Ik zie toren 20 in de hoogte liggen en besluit dat dat mijn eindpunt voor vandaag zal worden.

Telkens je een toren bereikt kan je er even in de schaduw uitrusten. In de bouwseltjes is het lekker fris en in sommige torentjes kan je ook iets te drinken kopen.

De klim van toren 19 naar 20 is een felle.

Het alledaagse leven op het Jingshan park

Via de veel minder toeristische Hutong-straatjes wandelen we naar het Jingshan Park. Dit heuvelachtig park werd met het zand uit de slotgracht van de Verboden Stad aangelegd. De heuvel beschermde het paleis tegen zandstormen en slechte geesten. Er staat ook een boom waaraan de laatste Ming keizer zich zou hebben verhangen.

Er is vanalles te doen in het park: Chinezen zijn er aan het gymnastieken, er is een repetitie van het zangkoor, enkele dames zijn er hun choreografie voor het lintenzwaaien aan het oefenen en Alain gaat mee een partijtje badmintonpluimpje-voetballen. Dit blijkt moeilijker dan gedacht. Voor de buurtbewoners is het kinderspel. Zelfs de vrouwen zijn er zeer bedreven in.

Werner en ik beklimmen nog even de trappen naar het Wonchun Pavilion. Het zit er vol Chinezen die op de zonsondergang wachten. Omdat de tempel helemaal  tussen de bomen ligt zie ik niet goed hoe men van hieruit het spektakel kan waarnemen. Je hebt hier wel een supermooi uitzicht op de rode daken van de Verboden Stad die achter het park uitkomt.

We nemen de metro naar het ‘Temple of Heaven’ park. De ronde tempels in dit park zijn het meest perfecte voorbeeld van de oude Ming architectuur. De belangrijkste ceremonie vond in de ‘Imperial Vault of Heaven’ plaats. Leuk is ook de ‘Echo Wall’ waar we elk aan een kant elkaar proberen te verstaan.

De ‘Hall of Prayer for Good Harvests’ is de belangrijkste tempel. De houten pilaren houden het 30 m hoge plafond zonder nagels of cement omhoog. De hele tempel werd in 2006 nog gerestaureerd.

De verboden stad en de Tibetaanse tempel

We vertrekken op tijd om vandaag dan toch de Verboden Stad te bezoeken. Een toegangsticketje kost 60Y pp. Zoals ook de vorige dagen krioelt het hier van de (vooral Aziatische) toeristen.

De bronzen beelden, bruggetjes en gebouwen/tempels zijn allemaal heel indrukwekkend. De pracht van dit alles gaat wel een beetje verloren door het massatoerisme dat ’s werelds grootse paleizencomplex dagelijks trekt.

We verlaten de stad door de ‘North Gate’ en nemen de Yonghegong-metro naar de Tibetaanse Yonghe Lama Tempel (25Y pp). In 1694 (Qing dynastie) is met de bouw van de tempel  begonnen. Oorspronkelijk waren deze 5 gebouwen het hof van de toekomstige keizer Yongeheng. Na diens overlijden werd de helft ervan een Tibetaans Boeddhistisch klooster. De andere helft bleef een deel van het Keizerlijk paleis. Het complex is thans een van de belangrijkste en grootste Tibetaans, Boeddhistische kloosters ter wereld.

De rook die rond de tempels hangt geeft het geheel een mysterieus tintje. In de meeste tempels staan beelden van Boeddha in zijn verschillende levensfasen. In het midden steeds de Gautama Boeddha of de Boeddha van het heden. De speciaalste is het 26m hoge standbeeld van de Maitreya Boeddha in het Paviljoen van Oneindig Geluk. Het werd  uit één stuk wit sandelhout gesneden.

Het prachtige Zomerpaleis

Het 70 000m² grote domein van het Zomerpaleis en Keizerlijke buitenverblijf werd rond het Kunming Meer aangelegd en is in 1998 aan de Unesco werelderfgoed lijst toegevoegd. De huidige gebouwen dateren uit de tijd van Keizerin-weduwe Cixi. Ze liet het complex eind 19e eeuw uitbouwen en verbleef hier tot het einde van het keizerrijk. Hier en daar kan je nog een foto van haar bewonderen. Alle pracht en praal en vooral ook de superlange nagels van de keizerin zijn hierop goed te zien.

Via de Oostelijke paleispoort (de hoofdingang) komen we direct bij de ‘Hal van de Welwillendheid en het Lange Leven’: de Keizerlijke troonzaal waar alle belangrijke gasten werden ontvangen. We trekken een foto bij het bronzen beeld van een Kylin, een mythisch dier met een drakenhoofd, een hertengewei en een leeuwenstaart.

Het begon te regenen en tussen de buien door wandelen we verder richting Longevity Hill. Hier en daar kunnen we een tempel binnengaan en staan we even droog. Naar de westkant wandelen heeft geen zin. Het is jammer dat het weer net op deze prachtige plek, een van de mooiste paleizen van China, een ferme portie roet in het eten komt gooien.

Op het gemakje wandelen we richting de Noorderlijke Poort. Vlak voor de uitgang ligt de ‘Suzhou Street’ waar we met ons ticketje binnen mogen. We zoeken en vinden een overdekt terrasje langs het water waar we iets kunnen drinken.

Wonder boven wonder trekken de wolken even plots als ze gekomen zijn ook weer weg en begint de zon volop te schijnen. Het is heerlijk vertoeven op het terrasje en we zijn blij dat we ons uitstapje toch niet in mineur moeten afsluiten.

Het Olympisch stadion

Met elfduizend atleten, miljoenen bezoekers en een kostenplaatje van tientallen miljarden euro’s, 3,5 miljard Yuan om precies te zijn, waren de zomerspelen van 18 het de grootste en duurste Olympische Spelen ooit.

Hoewel de atleten de stad alweer verlaten hebben, kun je vandaag de dag nog steeds het Olympische Park bezoeken met daarin onder andere het Nationale Stadion: het ‘Vogelnest’, en het Olympische Zwembad, ook wel bekend als de ‘Waterkubus’. Om het Nationale Stadion of het ‘Vogelnest’ te bezoeken betalen we 50Y pp. Terwijl we op ons gemakje in het enorme complex ronddwalen speelt op de achtergrond een rustig muziekje. Het komt bij me op dat er aan het onderhoud van dit stadion alleen al een enorm prijskaartje moet hangen.

In 2022 zou Beijing kandidaat zijn voor de Olympische Winterspelen.

Op het Olympisch Plein staat ook de 128m hoge Linglong Pagode. Deze bood tijdens de spelen onderdak aan de internationale televisiestations. Na zonsondergang zou de toren met de Olympische kleuren opgelicht worden en dus zeker de moeite waard om te bezoeken.

Helaas hebben wij geen tijd om te wachten tot de zon ondergaat en dus nemen we de metro terug richting Wangfujing om er een laatste keer van de Chinese lekkernijen en gastvrijheid te genieten en vervolgens onze rugzakken in het hotel op te halen.

De taxi die we gisteren hebben besteld is op tijd en zet ons ruim 2 u voor vertrek op de luchthaven af.

Als het goed is zullen we morgenvroeg Brussel landen.

NABESCHOUWING: OM NOOIT TE VERGETEN

Voor ons vertrek was Mongolië voor mij het absolute hoogtepunt van de reis. Ik heb er dus lang naar uitgekeken. De desolate landschappen, de Boeddhistische kloosters en het oeroude nomadenleven wou ik  wel eens van dichterbij bekijken/meemaken. Hoewel ik vreesde dat ik mijn lat te hoog had gelegd zijn mijn verwachtingen volledig ingelost. Het is vooral het landschap en de sfeer van de Orkhon-vallei die me voor altijd zullen bijblijven.

Beijing is dan weer een heel ander verhaal. De moderne tijd gaat er hand in hand met verhalen uit een ver verleden. Het eten in de typisch Chinese (en niet toeristische) restaurantjes is superlekker.

De verschillende parken en paleizen en ook een uitstap naar de Chinese Muur zijn niet te missen. Enkel jammer dat deze pracht hier en daar in de enorme drukte soms verloren gaat.

Kort gezegd zou ik iedereen op deze reis willen meenemen, ‘a once in a lifetime experience’ om nooit meer te vergeten!!

Lees meer verhalen