Transmongolië Express: tips & ervaringen van globetrotters

Reisperiode: september 2018
Jouw Transsiberië reiziger: bevriende stellen Ben & Hanneke en Bert & Corine
Vakantiebestemming: Rusland, Mongolië & China
Bouwstenen: Moskou, Baikalmeer, Ulan Bator & Terelj en Beijing
Reisduur: 18 dagen


Deze twee bevriende stellen zijn echte globetrotters en hebben dit keer gekozen voor de bijzondere Transmongolië Express. Zie hieronder een compilatie van de mooie reis en lees verder voor hun tips en ervaringen! 

Een goede voorbereiding is het halve werk

Bagage

Goede tip over bagage wanneer je reist met de Transsiberië Express: je kunt het beste een zachte koffer op wieltjes gebruiken en een trekkersrugzak. Dit is een goede combinatie: de koffer is handig op de perrons en kan in de trein precies in de onderste bagageruimte onder de bank. De afmetingen van je koffer mogen niet groter zijn dan 70x40x30, anders past hij niet in de bagageplaatsen in de trein.

De volgende items zijn onmisbaar voor deze reis:

  • toiletartikelen, waaronder blaadjes zeep
  • plastic bordjes, bestek en plastic drinkbekers
  • een handdoek
  • kussentje, lakenzak en oude kussensloop
  • mobiel en toebehoren
  • e-reader
  • wereldstekker
  • mueslirepen, crackers, koekjes, pinda’s, cup a soup, koffie en thee
  • toiletpapier en vochtige doekjes
  • reisgidsen, Russisch, Mongools en Chinees taalboekje en het boekje Point-it met heel veel plaatjes
  • dollars, euro’s en pinpas
  • heuptasje
  • reis- en verzekeringsdocumenten
  • verbandtrommel (met pleisters, verband, ORS zoutoplossing, norit, paracetamol, DEET, azaron en vitaminepillen)
  • spullen om weg te geven: ballonnen, ansichtkaarten van Nederland, pennen en boekjes

Geld

Zelfs zonder creditcard zou je deze reis kunnen maken. Alleen in Mongolië hebben we wat dollars gebruikt (daar is 50 dollar al veel geld, dus je hoeft niet veel mee te nemen). Verder zijn er voldoende pinautomaten in Moskou en Beijing te vinden.

In de trein kun je tot de Mongoolse grens met Russische Roebels betalen. Maar op de trein zijn Mongoolse handelaren die voor een (onderhandelbare) gunstige koers geld omwisselen. Bij de Chinese grens wordt geen geld meer gewisseld, dus zorg dat je alles van te voren uitgeeft. Je kunt eten kopen in de restauratiewagen in de trein, maar op de perrons was ook veel te koop.

De treinen

In de vierpersoonscoupé’s zijn twee paar bedden boven elkaar. Zeer geschikt dus om met zijn vieren een privécoupé te hebben. De bovenste bedden zijn ietsje korter dan de onderste en zijn warmer tijdens de nachten. Bovendien zijn deze bedden bevestigd met twee kettingen, aan het hoofd- en voeteneind. De bagageruimte onder de onderste bedden en boven het gangpad (voor de bovenste bedden) zijn groot genoeg voor je bagage.

Gedurende de hele reis van Vladimir naar Ulan Bator houden Mongoolse provodnika de trein keurig schoon. Hun Chinese collega’s op het traject Ulan Bator-Beijing waren iets minder van de schoonmaak, maar die reis duurde ook maar een dag.

In de trein is een samovar, waar altijd warm water getapt kan worden. Ook zijn er per wagon 2 toiletten met gootsteentje, waar je je kunt wassen of tanden poetsen. Let wel op: van een kwartier voor een stop tot een kwartier na een stop gaan de toiletten op slot. Dit is bij de stations niet zo’n probleem, maar bij de grensposten kan het erg vervelend zijn. Je staat bij de Russisch-Mongoolse grens in totaal toch zo’n 6 uur stil (als het meezit) en bij de Mongools-Chinese grens iets korter dan dat.

Dag 1: Eerste indrukken van Moskou

Yes! Onze reis is begonnen. Ons avontuur naar Rusland, Mongolië en China! In ruim drie uur vliegen we rechtstreeks naar Moskou met de KLM.

Bij aankomst op de luchthaven van Moskou worden we opgewacht door een Engels sprekend meisje die ons naar een taxibusje buiten begeleid, waarmee we keurig naar het hotel werden gebracht.

Weliswaar kwamen we meteen in de avondspits terecht, maar hierdoor konden we goed om ons heen kijken. De rit duurde een half uur en gaf een goede indruk van de diverse bouwstijlen in Moskou. Ook was het bijzonder om het straatbeeld te zien, wat op Ben en mij overkwam als een economie in opkomst. Met nieuwe auto’s op de weg, nieuwbouw, shopping malls, schone bermen en onderhouden parken.

We slapen in een driesterrenhotel met ontbijt en mogelijkheden om te dineren. Het hotel heeft uiterst voorkomend personeel en het light op ongeveer 15 minuten met de metro van het Rode Plein en het Kremlin. Het is een groot hotel in een groene buurt, vlakbij een park met één van de grootste openluchtmarkten van Moskou. Ideaal om een souvenir op te pikken.

Wij zijn dik tevreden met het eten dat het hotel serveert en met dikke buik gaan we onze luxe hotelkamer. Morgen willen we het nabijgelegen Kremlin verkennen, maar ook de metro uitproberen. Volgens de receptionist kun je namelijk eenvoudiger en goedkoper met de metro naar het treinstation gaan dan met de taxi. We gaan het proberen. Als elke reis zo goed uitpakt als vandaag, mogen we niet klagen.

Dag 2: Dagje hoogtepunten Moskou

Vanochtend schoven we aan bij het ontbijtbuffet van het hotel. Bij de ingang stonden dienbladen met glazen champagne. Da’s weer eens iets anders dan een kopje thee ;-).

Moskou is een stad van vele tegenstellingen waardoor het nooit saai wordt.

Must-see: het schitterende Kremlin

Natuurlijk gingen we met de metro naar het Kremlin. Kaartjes kopen ging vlot, waardoor we voldoende tijd hadden om onderweg de typisch Russische metrohaltes te bewonderen. Ons begin-station had bijvoorbeeld grote beelden uit de communistische glorietijd. Een paar haltes verderop leken de gangen net de Efteling, met tierlantijnen aan het plafond en kroonluchters. Ook zijn er metrostations met mozaïeken en schilderijen met zitbanken eronder, die allemaal keurig worden onderhouden.

Een probleem was wel om de uitgang te vinden. Zo liepen we op gegeven moment in rondjes, omdat we de Cyrillische letters niet konden ontcijferen.

Uiteindelijk werden we geholpen door een boomlange Rus die ons stond uit te lachen, maar wel voldoende medelijden had om voor ons uit te lopen en ons naar de uitgang te brengen. Dit proces zou zich nog enige keren herhalen met andere Russen, waarbij we soms vergaten op de juiste manier te bedanken. Een man zegt “Spasibo”, en een vrouw “Spasiba” en als je dat maar snel genoeg binnensmonds mompelt, komt er even snel gemompel terug. Waarschijnlijk een Russische variant op “tot je dienst”.

Maar toen kwam dan toch het moment dat we buiten de gouden uien zagen van de basiliek met de klokkentoren van Ivan de Verschrikkelijke daar doe je het allemaal voor. Ook de Armoury Chamber was interessant.

Precies om 12.00 uur bereikten we met hulp van een Russische sympathisant de ingang van het museum. Bij binnenkomst leek alles een stoffige bedoening. Dit veranderde echter, toen we de etages boven bezochten. Wat een fan-tas-tische collectie.

Hele zalen vol met schitterende kunstschatten die de Russische tsaren door de eeuwen heen ontvingen van buitenlandse delegaties uit de hele wereld. Niet alleen stonden er tronen, waarin meer dan 700 diamanten waren verwerkt, en rijkelijk versierde juwelen, eet- en drinkbokalen, en bijbels vol edelstenen, maar ook harnassen, complete wapenuitrustingen voor man, zoon en paard, een unieke kunstcollectie van een sultan en de kleding van Keizerin Catherina die schijnbaar met het klimmen der jaren steeds een maatje groter werd.

Het leukste was misschien wel de collectie draagstoelen, koetsen en rijtuigen die op de tweede etage stond opgesteld. Er waren koetsen bij uit Engeland rond 1650 waarvan het interieur nog intact was. Met trijpen zitbankjes, een houten tafel in het midden en fluwelen gordijnen voor de ramen. Alsof je de film binnenstapte van Elizabeth.

Het museumbezoek werd door ons in stijl afgesloten met een zit op een versierd toilet, waarbij het dringende advies werd gegeven vooral niet op de wc te gaan staan, waarschijnlijk bedoeld voor Chinezen.

Combinatie van luxe & hip

Rond 14.00 uur namen we plaats op het Rode Plein voor een lunch op een terras. De Russische keuken is niet al te duur en vaak vermengd met buitenlandse invloeden. Zo kun je kiezen voor Borsjt soep met Cola Zero. Bij het Rode Plein kun je Lenin opgebaard zien in zijn mausoleum.

Na de maaltijd bezochten we nog het warenhuis Gum, een prachtige, luxe winkelpassage vol kleine boetiekjes langs galerijen. die ons deed denken aan de Passage in Den Haag. Hier geldt ‘kijken, kijken niet kopen’. Vervolgens liepen we weer naar buiten, naar de rivier de Moskva die sterk doet denken aan de Seine in Parijs.

Tegen de avond kwamen we al wandelend aan bij het hippe Gorki park, dat vol zit met hipsters, jongeren, muzikanten en kunstenaars die schilderijen verkopen. Dwars door het park loopt een geasfalteerd pad voor snelle fietsers, skaters en skateboarders. Aanrader is de Gorky straat, die meer dan anderhalve kilometer lang is en waarbij we langs het KGB hoofdkantoor komen op het Lubyanka plein. Een leuke afsluiting van de dag.

Tegen 19.00 uur bereikten we met de metro ons hotel en genoten we weer van een uitstekend buffet. Nu liggen we uit te buiken op bed.

Dag 3-7: Het reilen en zeilen van vier nachten treinen

Met pijn in het hart namen we afscheid van het hotel, nadat we in de nabijgelegen supermarkt proviand hadden ingeslagen voor de treinreis. De blikken tonijn die Hanneke uit de schappen had gegrist, bleken kaviaar te bevatten. Ook goed. Dat gaat onderweg ook wel op met een paar slokken wodka.

We gaan op eigen gelegenheid terug naar het station en vertrekken vanuit Moskou met trein 70 naar Irkustk. De meeste treinen vertrekken aan het begin van de middag.

Het was even zoeken, maar we vonden onze trein. Precies als in een Harry Potter film. Met piepende remmen kwam de locomotief tot stilstand, en hoefden wij alleen wagon nummer 5 op te zoeken. Nieuwsgierig keken we door de lage ramen van de coupés naar binnen alsof we op bezoek waren in het kabouterdorp van De Efteling.

De reis duurt vier nachten. We reizen de hele reis lekker luxe, eerste klasse, in twee tweepersoonscoupés. Even wat tijd voor onszelf.

De coupés zijn wel vrij klein, dus we zijn blij dat we er twee hebben. Voor twee lange Hollanders is de coupé net aan. Dit komt door de laaghangende bovenste bedden die niet ingeklapt kunnen worden en hierdoor de ruimte optisch krapper maken dan hij is. Pas als je de vier sets opgerolde matrassen en beddengoed opbergt, klaart de lucht op. Toen ook nog onze eigen bagage was opgeruimd onder de laadkleppen van de onderste slaapbanken, werd het pas echt gezellig, met een tafel in het midden, gordijntjes voor de ramen, een bovenlicht en een grote spiegel aan de binnenkant van de schuifdeur, wat ook een ruimtelijk effect geeft.

Twee leuke provodnika’s die stiekem op hun coupé rookten en lol met elkaar maakten en de wagons elke dag schoonmaakten, letten op onze wagon nummer 5 en deden dat prima zonder je verder lastig te vallen. Verder viel het eten uit de restauratiewagons wat tegen en waren er tijdens onze reis helaas weinig oude dames bij de tussenstops die eten verkochten. We ontbeten veelal met brood en worst die we op het perron hebben gekocht en toast met jam of pindakaas van huis. Koffie en thee maakten we met heet water uit de samowar, een boiler met aftapkraan in de gang.

Wat de sanitaire voorzieningen betreft moet je niet kieskeurig zijn. Aan weerszijden van de gang zijn alleen twee metalen wc’s, zoals je die in NS treinen ziet.

We komen best wat Nederlanders tegen onderweg. Die Nederlanders zijn toch een reislustig volkje. Zo zit in wagon nummer 5 een echtpaar met twee kinderen van 14 en 18 jaar oud die al voor de tweede keer een wereldreis maken van een half jaar. Zij hebben voor de modules van onze reisorganisatie gekozen, omdat deze beter geprijsd waren dan alles zelf inkopen. Kijk, now we’re talking.

Dan het uitzicht. Het is erg leuk om dat typisch Russische landschap aan je voorbij te zien gaan. Met houten huizen, kleine kerkjes, moestuinen en buiten de dorpen veelal bossen en heuvellandschap.

Wij waagden ons aan heel wat potjes klaverjassen onderweg. Voor je het weet is het alweer middag. We reizen nu tegen de tijd in, met maar liefst zeven verschillende tijdzones. Grappig is ook dat onze horloges allemaal een andere tijd aangeven. We zullen ons dus door onze eigen biologische klok moeten laten leiden, en die zegt: “ga maar even uitrusten”. Dat doen we dus ook, vol overgave. Lezen, uit het raam kijken, bier drinken en sterke verhalen vertellen.

Dag 7: Listvyanka, Siberië: smullen en wandelen aan het Baikalmeer

We zijn vanochtend op het perron opgehaald door chauffeur Sergei. Een vrolijke sterke man die erop stond de koffers van Corinne en Hanneke te dragen en daarmee de trappen op- en af te lopen. Tijdens de rit naar het Baikalmeer wees Sergei ons nog op de locatie van de veerpont en bepaalde restaurants. Ook is er een markt waar ze een soort gestoomde zalm verkopen die alleen hier voorkomt.

De dorpen rond het Baikalmeer lijken zich vooral te richten op vis- en natuurliefhebbers en wandelaars. Zo spreken mannen op het strand voorbijgangers aan of zij met hun boot het meer op willen gaan om te vissen of rond te varen. En vrijwilligers werken aan de zogeheten GBT: de Great Baikal Trail die langs het hele meer moet lopen (doorsnede formaat België).

De omgeving lijkt op een mengeling van Noorwegen en Zwitserland, met geverfde houten huizen en chalets door elkaar heen. Aan het strand staan blauw geverfde houten huisjes met picknick tafels, waar Russen kunnen neerstrijken met tassen vol vlees, schaaldieren en drank. Je hebt hier nog geen restaurants of strandtenten zoals in Europa.

Om bij ons chalet te komen, moeten we eerst een flink stuk omhoog klimmen, maar dan heb je ook wat. Ons uitzicht is erg mooi. Overal zijn stroken land te zien met een erfhond aan de ketting, terwijl koeien hier gewoon loslopen door de straten, grazend aan onkruid. Het lijkt India wel.

Dag 8: Hiken langs het Baikalmeer

Na een nacht te hebben geslapen op een heerlijk riant bed, verzamelden we ons in de eetkamer beneden voor een ouderwets ontbijt met pap, yoghurt, gekookte eieren, brood, jam, pannenkoeken, vruchtensappen, partjes vers fruit en een schotel met kaas en worst.

We trokken gezamenlijk eropuit en passeerden onderweg nog wat huizen aan de rand van het bergdorpje en koeien die zomaar op straat wandelen. Aan het einde van de weg startte de Great Baikal Trail, die ook in het naseizoen wordt bewandeld door buitenlandse toeristen en Russische rugzaktoeristen die op open plekken in het bos blijven overnachten. Wij passeerden twee gezelschappen die dit deden. Het lijkt soms alsof bepaalde boomstammen hiervoor zijn neergezet om dienst te doen als bar of zitbank.

Ons leek het wel leuk om de eerste vijf kilometer af te leggen die ook meteen het steilste traject vormen en bovenaan de berg naar een letterlijk adembenemend uitzicht leiden over het meer. Onderweg passeerden we onder meer beekjes, bosvarens, mierenhopen, paddestoelen en heel veel zilverberken. Na opnieuw een steile klim die langs een begroeid ravijn leidde, kwamen we dan eindelijk aan op de top en genoten we van het uitzicht in de verte over het meer.

Nu we dit bereikt hadden, konden we met gerust hart rechtsomkeert maken en weer afdalen, onderwijl keuvelend hoezeer we hadden geboft met het weer: niet te warm en niet te koud, zonnig en met een lekker briesje.

Dag 9: Terug in de tijd

Om 11.00 uur werden we door taxichauffeur Sergei en onze charmante Engelstalige privé gids Marina bij het hotel opgehaald om naar ons hotel te reizen in Irkoetsk. Daar vertrekken we morgenvroeg weer van het station richting Mongolië.

Onderweg vertelde onze reisleidster van alles over de flora en fauna in het gebied, met foto’s en illustraties die ze hiervoor speciaal uit haar tas haalde. We weten nu dat je in de winter hier kunt schaatsen bij temperaturen van min 20 graden op spiegelglad ijs van een meter dik, waarbij je tot op de bodem kunt kijken. Ook zijn hier de enige zeehonden ter wereld die leven in zoet water en van zoetwatervissen houden. Bovendien werden we getrakteerd op sagen en legendes over het Baikalmeer die helaas vaak wreed afliepen. Voor we het wisten waren we bij ons tussenstation: het Taltsy Openluchtmuseum. Daar zouden we anderhalf uur een wandeling maken over een soort Archeonpark, terwijl Sergei een bar ging bezoeken.

We begonnen bij de prehistorie in een soort indianendorp met tipi’s van berkenbast. Bijna alles stond in die tijd in het teken van voedsel. Er moesten ook voorraden worden aangelegd voor de lange winters en die werden met hand en tand verdedigd. Bijna alle materialen uit de natuur werden gebruikt of hergebruikt. Dat konden we zien aan een droogrek voor vis en paddestoelen.

Even verderop kwamen de Middeleeuwen aan de beurt. Er stond daar een houten fort, met toren en kerkje. We mochten helaas niet naar binnen, maar van buiten leek het wel een filmset. Wat ook tot de verbeelding sprak, was het woonhuis van de schout. Op de binnenplaats stond een primitieve gevangenpoort waar gedetineerden letterlijk in de kou zaten. Met zware houten blokken geketend aan polsen en nek.

Aan de rand van het park was een dorp nagebouwd van een Russische nomadenstam die overeenkomsten vertoonde met de Mongolen. Dit volk leefde ook in Gers, alleen waren deze ronde tenten van hout.

Tot slot genoten we nog van het uitzicht over de rivier, voordat we naar onze taxibusje terugliepen.

We bereikten in de middag het hotel. We besloten niet verder rond te kijken en ons rustig voor te bereiden op de komende dagen: een leven zonder WiFi en comfort en slapen in een Ger tent.

Dag 10: Treinreis naar het land van de nomaden

We moesten het mooie hotel in Irkoetsk helaas vroeg verlaten om de trein naar Mongolië te halen. Sergei bracht ons stipt om 7 uur op het station, waar we na een half uur konden instappen. Dit keer hadden we een provodnik die als een volleerd steward langskwam met snacks en souvenirs.

Toen we de grensovergang passeerden rond 22.00 uur werd onze trein wel heel grondig doorzocht door jonge bloedserieuze douaneagenten. Wij moesten echt klaarstaan en naar voren komen om vergeleken te worden met onze paspoorten, formulieren werden ingevuld en gestempeld, er liep een agent op de gang met een snuffelhond aan de lijn en een soldaat in donker combatuniform klom zelfs in de bagagerekken om alle hoeken en gaten te doorzoeken. Aan de Mongoolse kant werd het hele proces nog een keer herhaald door vrouwelijke agenten dit keer. Er liep ook een stevige tante rond in camouflagepak, maar die klom gelukkig nergens op.

Pas ruim na middernacht konden we weer doorrijden en slapen, waardoor het wel een heel kort nachtje was, voordat we op onze eindbestemming aankwamen.

Dag 11: Schitterende gers in de woeste natuur

Om 6 uur ‘s ochtends werden we op het station van Ulan Bator afgehaald door een jonge Engelstalige gids en een ervaren chauffeur met VIP bus. Adjie en Daag zullen ons de komende dagen begeleiden door de woeste hoogte van Mongolië.

Het leven van de nomaden

Iets verderop kwamen we aan de rand van de stad bij een soort townships voor nomaden die alles aangrijpen om iets te kunnen verdienen. Ze hoeven geen huur te betalen, delen kraanwater met elkaar en zijn alleen geld kwijt aan elektriciteit. De meeste hebben ook een mobiel en internet. De nationale telefooncentrale schakelt binnenkort zelfs over op 5g. In die zin is het traditionele Mongolië juist moderner dan de buurlanden. Onder jongeren is trouwens een grote bekendheid met het Westen. Dat merk je aan hun kleding, hun muzieksmaak en het feit dat ze vrij op internet mogen. Hier draaien ook alle Westerse films met Mongoolse ondertiteling.

Veel nomaden trekken in de winter naar de stad om daar tijdelijk te wonen. In de zomer is het merendeel van de bevolking nog altijd op de steppen te vinden als veehouder. Diverse kuddes met schapen, geiten, koeien, kamelen en paarden zie je hier dan ook over de vlakten lopen. En inderdaad: de gertenten duiken overal op.

Adjie legde uit dat mensen hier door hun verbondenheid met de natuur nog altijd het shamanisme aanhangen. Met medicijnmannen en vrouwen die rituelen uitvoeren bij heilige plaatsen. Overal zie je rekken in het landschap of steenhopen met versierde linten en papiergeld als gift voor de geesten van voorvaderen en natuurgoden. Onderweg stopten ook wij even om drie rondjes om zo’n plek te lopen, dat zou het eeuwige leven geven.

Daarnaast was Mongolië een belangrijke schakel tussen India en de rest van Azië in het verspreiden van het Boeddhisme. Alleen houden ze hier hun eigen variant aan. Monniken zien de verering van natuurgoden door de vingers, wat de tempels hier net even anders maakt dan in andere Aziatische landen.

Luxe in de ger

Aangekomen in ons tentenkamp, maakten we kennis met onze schitterende gertenten. In het midden staat een houtkachel die door de mensen van het kamp wordt aangemaakt. In de nacht wordt het hout vervangen door steenkool, omdat het nu echt guur weer begint te worden. De wind raast over de vlakte, er staat een schrale winterzon, we hebben dikke truien aangetrokken, en dat in september.

Tevreden gingen we in onze verwarmde tent liggen om even bij te komen van de treinreis. Na de siësta gingen we lunchen in de gemeenschappelijke eettent. Toen we onze lunch voorgeschoteld kregen, waren we wel verbaasd. Maar liefst vier gangen kregen we: salade vooraf, soep met gemalen rundvlees, aardappelpuree en een soort malse entrecote met een zoet gebakje toe. En dat in een streek waarvan we dachten dat alles primitief zou zijn.

Met de jeep

In ieder geval stond er heel wat wandel en klimwerk op het middagprogramma, dus die energie konden we gebruiken. We stapten in de grijze Hyundai bus van Daag die het vehikel bestuurde of het een Jeep was. Met slingerbewegingen, en gas geven op de juiste momenten, chauffeerde hij behendig langs enorme kuilen en builen in de onverharde wegen. Echt, het leken soms wel buckelpistes.

De eerste stop die we hadden was Turtle Rock. Een bijzondere rotspartij die inderdaad op een schildpad lijkt en beklommen kan worden. De tweede helft van de middag bezochten we de Boeddhistische Arayabal tempel die halverwege een rotswand is gebouwd. De wandelweg naar boven leidt over een hangbrug en een gigantische trap met veel treden. Volgens Adjie werd een tempel opzettelijk zo aangelegd om mensen moe te maken als ze een bezoek kwamen brengen. Dan namen bezoekers tenminste hun rust om te mediteren. Bij ons ging dat dus niet zo.

We keken onze ogen uit door de schitterende vergezichten boven. Op de rotswanden zagen we soetra’s geschilderd. Ook het interieur van de tempel was bijzonder. Een mengeling van Mongoolse kunst, door de plafonds en bonte beschilderingen, en traditionele Boeddhistische symbolen, zoals Yin Yang, de Swastika en het rad of wiel dat de kringloop van het leven aangeeft. Echt de moeite waard.

Tevreden liepen we terug naar de auto om naar het Gerkamp teruggereden te worden. We zijn nu heel benieuwd uit hoeveel gangen het diner zal bestaan. En vannacht? Dan gaat het vriezen en hopen we aan een heldere hemel nog veel sterren te zien.

Dag 12: Te paard door de steppe

Als iets Mongolië kenmerkt, dan is het wel de paarden. Ieder kind kan hier paardrijden. Je ziet ook regelmatig kinderen dwars door de steppen galopperen alsof ze op de fiets naar huis rijden, zonder hulpmiddelen of een cap op hun hoofd. Ook de grote veroveringen van Djenghis Khan en zijn nazaten waren te danken aan het feit dat Mongoolse strijders drie paarden tot hun beschikking hadden. Hierdoor konden ze snel lange afstanden achter elkaar afleggen, en lichtgewicht gedroogd paardenvlees in tassen vervoeren, zodat zwaar materieel als kook- en voedselwagens niet nodig waren. Een bezoek aan een nomadenfamilie die paarden fokt, stond daarom op het programma. Om 6 uur in de ochtend was al duidelijk dat het vandaag mooi weer zou worden met een stralend blauwe hemel.

Met Daag en Adjie reden we na een stevig ontbijt, met bij elke gang vlees, weer over kuilen en bobbels naar een Ger tent met paarden eromheen. Alsof je naar de Middeleeuwen was teruggereisd. Het enige verschil was een wasmachine die midden op het gras stond uitgestald. We werden door de moeder des Gers onthaald op een welkomstdrankje, aireg, dat smaakt als een scherpe variant op karnemelk met daarbij een soort zoete broodjes die leken op gefrituurde scones.

In de Ger tent stonden behalve de bedden van het echtpaar allemaal bokalen en medailles die behaald waren in de paardensport, fraai versierde teugels en een sierzadel, en wat schoenen van gezinsleden.

Maar we kwamen natuurlijk voor het paardrijden. Al snel kwam een puber aanzetten met gezadelde paarden in touw. Ons gezelschap werd voorzien van caps en beenbeschermers, want die toeristen zijn natuurlijk niet zo behendig. Toen we echter vertrokken, begonnen al snel twee paarden dienst te weigeren. Corinne en Hanneke besloten daarom een wandeling in de schitterende omgeving te maken, maar de mannen wilden doorzetten. Ben en Bert mochten echt draven op de terugweg. Voor Ben was dit wel het hoogtepunt van deze reis.

Ter afsluiting werd opnieuw een kom paardenmelk gedronken en daarna liepen we met Daag naar een rotsblok in een bergwand, waar de familie een offerschaaltje had neergezet voor de berggeesten en beschermende voorvaderen. Daag wilde dat Adjie nog een groepsfoto van ons maakte als aandenken.

Daarna zijn we naar ons tentenkamp teruggereden om daar een gerieflijke lunch voorgeschoteld te krijgen met een siësta tot besluit. Man man, wat waren we slaperig.

Djenghis Khan en adelaars

In de namiddag brachten Adjie en Daag, die ook op ons kamp logeren, ons naar het metershoge metalen standbeeld van Djenghis Khan. Beneden bij de ingang naar het standbeeld stonden ook nog mensen die boogschieten demonstreerden en jagen met adelaars. Tegen betaling mocht je met zo’n enorme vogel op de foto. Wat zijn die dieren groot! Als Bert nog een adelaar aan de hand had gehad, kon hij misschien wel vliegen.

In het kolossale beeld was een museum gebouwd over uiteraard de grote Kahn en zijn familie. Maar liefst vier zonen zijn hem later opgevolgd. In de hal konden bezoekers zich in passende kledij hullen om tegen betaling gefotografeerd te worden. Ook konden we naar het hoofd van Djenghis lopen om boven van het uitzicht te genieten. Verder was er een korte tentoonstelling over de voorlopers van de Ger tent: een tipi die geleidelijk boller werd met tentzeil van dikke lagen vilt. Na deze welbestede dag keerden we terug naar ons tentenkamp.

Dag 13: Mengelmoes Ulan Bator

Na een koude nacht in de tent zijn we vertrokken naar de hoofdstad Ulan Bator. Eenmaal weer op de snelweg passeerden we een paar steden die uit de verte wel een Noors dorp leken. Allemaal laagbouw met vrolijk geverfde houten huizen, een lap tuin met een hoge schutting en in het midden van de tuin een Ger tent. Alsof het huis eigenlijk de schuur was, en de tent het huis!

Uiteindelijk bereikten we Ulan Bator, dat ook een bonte mengelmoes is van stijlen. Je ziet de Sovjet architectuur terug in de grote pleinen, neo klassieke paleizen en nationalistische standbeelden. Je ziet ook de Mongoolse traditie terug in Gertenten en Boeddhistische kloosters, maar de tijd heeft hier niet stilgestaan en er verrijzen in het financiële district hoge kantoorpanden met daaromheen Vinex huizenblokken.

Winkels en musea

We reden door naar een kasjmierfabriek in de ambassadebuurt, waar wij eerste klas wolproducten wilden scoren in een aangebouwde outletwinkel. Deze rit was zeker niet voor niets. We hebben een paar mooie souvenirs gekocht, die voor een zachte prijs over de toonbank gingen. Tevreden namen we daarna weer plaats in onze privé bus om door te rijden naar het hotel. Daar zullen we een nachtje slapen, voordat we weer de trein instappen.

Ons hotel ligt vlakbij Peace Avenue (Enkh Taivny Örgön Chölöö). Dit is de hoofdstraat van de stad die dwars door het centrum gaat. Hier bevinden zich winkelketens, restaurants en koffiebars die Ulan Bator een soort hipster sjieke sfeer geven. Misschien wordt dat beeld versterkt door de vele goedgeklede jongeren die hier op straat lopen. Bijna iedereen die in Mongolië studeert, doet dat namelijk in de hoofdstad. Hier hebben we ook een soort Starbucks gevonden waar we weer fatsoenlijke koffie konden drinken. Alleen is alles hier veel voordeliger.

In de namiddag hebben we een bezoek gebracht aan een interessant en overzichtelijk museum over de geschiedenis van Mongolië: The National Museum dat tegenover het parlementsgebouw staat bij het grote Djenghis Kahn Plein.

Het gebouw bevat 10 zalen verdeeld over drie verdiepingen met archeologische vondsten, Mongoolse sieraden, kleding en kunstvoorwerpen, maquettes en ander beeldmateriaal dat de diverse tijdperken van Mongolië in beeld brengt.

Toen Hanneke gretig wat foto’s wilde maken, kwam een suppoost dat verbieden. Niet dat het niet mag, maar je schijnt er bij de ingang voor te moeten betalen. Een apart verdienmodel. Niet dat het duur is. Een licentie betaal je met een 10.000 biljet dat omgerekend 3 euro is. Daar komt nog bij dat in Rusland helemaal niet gefotografeerd mag worden.

Daarna waren we best wel toe aan een biertje, we zijn inmiddels aan een siësta gewend en die moesten we overbruggen. Dat ging best redelijk in de luie stoelen van een nabijgelegen sjieke loungebar. Het leven lijkt hier zo slecht nog niet.

Daarna zijn we toch nog even teruggekeerd naar het hotel om wat uit te rusten. Er schijnt hier een uitstekend ontbijt te worden geserveerd, maar nog niet zo vroeg als wij vertrekken. Nu hebben ze bij de receptie beloofd voor ons een voedselpakket mee te geven voor in de trein. We zijn benieuwd.

In de avond hebben we nog voor omgerekend 31 euro met z’n vieren gedineerd bij een sjieke Shabu Shabu bar in de shopping mal vlakbij ons hotel. En het was nog lekker ook.

De wekker gaat morgenochtend om half 6. Daarna worden we voor de laatste keer door het duo Adjie en Daag begeleid naar het station voor het laatste traject van onze treinreis. De Trans Mongolië Express naar Beijing. Maar voor nu, welterusten.

Dag 14: Over de grens naar China

Vanochtend om 06.00 uur kregen we bij de receptie van het hotel een doggybag mee met ons ontbijt, voordat we de bus instapten van Adjie en Daag. Zo konden we toch op tijd het station bereiken, zo was de gedachte. Het liep allemaal zo gesmeerd, dat we bij aankomst nog moesten wachten tot onze trein arriveerde. We mochten ondertussen lekker in de bus blijven zitten met de kachel aan, want het was snoeikoud buiten.

Na een kwartier reed opeens een hele stoet auto’s tegelijk het parkeerterrein op met alle andere toeristen die de trein moesten nemen. Dit was het moment dat de trein aankwam en we afscheid namen van onze Mongoolse reisbegeleiders, die wij iedereen kunnen aanbevelen.

Treinreis en grenscontroles

De Chinese trein die richting Beijing gaat, zag er mooi onderhouden uit. Ook het personeel was onberispelijk gekleed en beleefd.

In de trein wachtte ons de luxe van een tweepersoons cabine met eigen wc en toilet en zowaar een losse trijpen fauteuil met franje, gedrapeerde gordijnen voor het raam, een wit gesteven laken over het tafeltje en een dik tapijt op de vloer.

Bij een van de stations stapten we uit om nog wat soepjes in te slaan voor de volgende dag, want er was in deze trein geen restauratiewagen. Gelukkig kon je gewoon afrekenen met euro’s of dollars, mits je maar met bankbiljetten betaalde en niet met munten. We kozen voor roodgekleurde bakken Koreaanse Kimchi soep.

Het proces van paspoorten controleren duurde twee uur aan de grens van Mongolië. Om 21:00 uur kwam China aan de beurt. Eerst volgde een korte ronde langs alle coupés op de gang. Vervolgens moesten we met onze bagage de trein verlaten en door een hal gaan voor controle van ons visum, het afnemen van vingerafdrukken en opnames van je gezicht. Je bagage moest door een röntgen apparaat. We moesten de trein uit omdat het onderstel van de trein moet worden aangepast aan de smallere Chinese spoorwegen. Om 02:00 uur ‘s nachts mochten we terugkeren naar de trein. Het is maar goed, dat we morgenochtend kunnen uitslapen.

Ni Hao!

Dag 15: Sprookjesachtig Beijing

Rond 02.30 uur legden we onze vermoeide hoofden te ruste in onze slaapcabines om meteen na 08.00 uur wakker te worden. Onze trein was met piepende remmen tot stilstand gekomen in een station. Aan de bedden lag het niet. Die waren best comfortabel met een wollen dekmatras, een stevig hoofdkussen en een wollen deken in een wit hoeslaken. En de vering van deze Chinese trein was een stuk beter dan die in Rusland. We zouden daarom met gemak kunnen doorslapen, maar dan misten we wel het uitzicht op dit traject, wat juist zo mooi zou zijn. We stonden dus toch maar op om van het uitzicht te genieten.

Het was een mooie zonnige dag en je zag het landschap langzaam van landelijk, naar industrieel gebied veranderen. Tussendoor trok onze trein dwars door de hoge bergen, wat na iedere tunnel tot verrassende uitzichten leidde.

Wat in China meteen opvalt is de zorg voor duurzame energiebronnen. Op het land staan windmolens, waterdammen en hele velden met zonnepanelen. In Beijing reed de bevoorrechte klasse weliswaar in Duitse auto’s als Volkswagen en Mercedes, maar het gewone volk trok langs op elektrische scooters en fietsen. Het is de regering duidelijk ernst om het klimaatakkoord te halen. Dat kunnen we ons ook goed voorstellen. In steden als Beijing kampen ze met veel luchtvervuiling. Gelukkig was het weer nu aangenaam en liep bijna niemand met mondkapjes rond.

Verblijven in de hutongs

Op het station van Beijing werden we opgehaald door een chauffeur met VIP busje, die ons naar een boutiquehotel bracht in de Jordaan van Beijing: Xiaoqiangfeng, één van de zogeheten Hutongs (authentieke wijken uit de Qing Dynastie) met nauwe kronkelsteegjes en originele laagbouwhuizen. Nu wonen daar de autochtone bewoners van Beijing samen met rijke yuppen die hier een huis hebben gekocht, maar ook hun SUV’s voor de deur willen parkeren.

Hoe onze chauffeur zijn taxibusje langs al deze auto’s heeft kunnen manoeuvreren, was ons een raadsel, maar een luid applaus waard. Zonder kleerscheuren leidde hij ons naar een schitterend verborgen hotel met een authentieke binnenhof, waar de hotelkamers omheen gebouwd zijn. Het personeel is zeer vriendelijk, de kamers zijn helemaal Feng Sui en je hoort hier niets van de drukte in Beijing. We zouden hier wel langer willen blijven.

Voor het avondeten hebben we een wandeling gemaakt door de hutongs bij het park in de buurt van ons hotel.

Een vijver bracht verkoeling, er vaarden pleziergondels en de sfeer was hier niet zo jachtig als je van een grote stad van Beijing mag verwachten.

Beijing in de avond

Toen de zon eenmaal verdwenen was, leek het wel alsof we in een film terecht waren gekomen. De straten waren zo sprookjesachtig, exotisch en ook Middeleeuws door de kleine winkels en voedselkramen die dicht op elkaar staan, hun eigen geuren en kleuren verspreiden, en allerlei bezoekers aantrekken. Het publiek was modern, goed gekleed en goed gemutst vanwege de zaterdagavond die hier werd gevierd.

We gingen een restaurant in dat ons was aangeraden door TripAdvisor. Er zaten al hele gezinnen te smullen van een lokaal recept dat hier wordt geserveerd: lamsnek. Nou, dat hebben wij ook maar genomen, met groenten en rijst en bier, en lokale zoete hapjes toe met jasmijnthee. Wat een feest!

We waren vrijwel de enige blanken deze avond, en dat maakte het extra bijzonder. Tevreden zijn we teruggelopen naar ons hotel, een fantastische prestatie dankzij Ben die met een offline kaart op zijn mobiel rondliep: Maps.Me, dat hem was aangeraden door Adjie in Mongolië. Hierdoor hoefden we tenminste niet het kaartje van ons hotel te gebruiken.

Dag 16: Kleurrijke Verboden Stad

Wat een geweldige zondag hebben we beleefd. Het begon met een heerlijk ontbijtbuffet om 08.00 uur in ons boutiquehotel, dat ‘hands down’ het beste onderkomen is geworden van deze vakantie.

We waren zo vroeg opgestaan, omdat we kaarten online hadden besteld voor de Verboden Stad die in de ochtend gebruikt moesten worden. Anders mocht je er niet meer in. We moesten hiervoor wel op eigen houtje wandelen door de stad, met de metro reizen en daarna de juiste poort kiezen om naar binnen te komen. Dit leek ons al ingewikkeld genoeg. Vandaar dat we vroeg wilden vertrekken.

Tot onze eigen verbazing liep alles uitstekend. De wandeling lukte in één keer dankzij de handige navigatie app van Adjie. De metro is in Beijing zeer efficiënt en overzichtelijk ingericht. Zo zijn alle locaties voorzien van een Engelse vertaling. De route en wegwijzers naar de verschillende metrolijnen zijn met gekleurde pijlen aangegeven, zowel op de grond als langs de muren.

De toegang tot de metro gebeurt via glazen schuifdeuren op het perron die automatisch opengaan, precies voor de deuren van de klaarstaande metro. Bovendien kwamen we precies uit op het Plein van de Hemelse Vrede bij het mausoleum van Mao, en liepen we direct door de hoofdingang de Verboden Stad binnen, enkel en alleen op vertoon van ons paspoort. We Love Beijing!

Ondanks dat het pas 11.00 uur was, begon het binnen de paleismuren al aardig druk te worden. Gelukkig is de Verboden Stad zo groots en ruim opgezet, dat er plaats is voor velen.

Het gevoel dat je hebt, wanneer je loopt over dat gigantische Buitenhof waar ooit honderden mensen in het stof bogen voor een keizer in de verte, is onbeschrijfelijk. Misschien wel het beste te vergelijken met een wandeling over het Sint Pietersplein in Rome. Die mensenverering is er niet meer, maar de omgeving maakt nog steeds indruk.

Je moest reuze opletten waar je liep, en niet al teveel omhoog staren. Het plaveisel was niet al te best en Hanneke lag bijna op haar plaat. Ook zijn niet alle paleizen even goed bijgehouden, maar ze doen hun best hier. Zelfs op deze zondag zagen we mensen bezig met restaureren.

De opgeknapte monumenten maken een overweldigende indruk met de veelheid aan details, kleuren en fantasiefiguren. Een feest om te mogen fotograferen.

En dan al die verschillende thema’s: een paleis voor concubines, een bibliotheek, een concertzaal en veel woon- en slaapvertrekken. Het stikte overal van de mensen, maar dat zal vroeger waarschijnlijk niet anders geweest zijn. Ook waren er ommuurde pleinen en straten die de diverse paleizen met elkaar verbonden.

Het complex is zo breed opgezet, dat de keizerlijke familie met draagstoelen werd vervoerd. Hoe die dragers dat hebben klaargespeeld, is een raadsel. Bij alle toegangspoorten moesten zij over hoge drempels stappen.

In de middag begon ons energie niveau op te raken en namen we plaats op één van de vele bankjes, die voor het publiek zijn neergezet. We gebruikten daar een lunch die we in een winkel hadden gekocht. Je ziet hier ook Chinezen languit op een bank slapen, geen slecht idee overigens. Er is zoveel te zien, dat het op gegeven moment teveel wordt.

Toch wilden we nog een kaartje betalen om de kunstschatten te zien. Het was al een kunst om bij de vitrines te komen, zoveel bezoekers hadden hetzelfde idee opgevat. Gebruiksvoorwerpen en kunstobjecten staan in galerijen opgesteld. Ze hebben met elkaar gemeen, dat ze van goud zijn en overladen met kleuren en edelstenen.

Unieke ervaring in het koffiehuis

Ben stelde voor om nog een echte kop koffie te nemen met chocolade in een koffiehuis, waar hij gisteren langs was gelopen. Een zeldzaamheid in theeland China.

De eigenaar nodigde ons uit om via een stijle trap naar boven te gaan. Daar wachtte ons een verrassing. De bovenverdieping was als huiskamer ingericht. Met boekenrekken aan de wand, portretten van de honden, een droogrek voor de was, een rieten woonmand voor een levende egel die zijn voerbak op tafel had staan en een design Philips transistor radio. Wie had dit nu kunnen bedenken bij een bezoek aan China?

De leukste verrassing was het balkon, waar we boven alle drukte konden uitkijken en op ons gemak mensen bestuderen zonder zelf gezien te worden. Althans dat dachten we. Op gegeven moment werden wij zelf door Chinezen gefotografeerd, die ons op het balkon hadden ontdekt. Zo waren wij deze keer de attractie.

Het was een mooie dag geweest. Dat vierden we met een heerlijke kop koffie met Belgische bonbons in een Hutong in Beijing. Mocht iemand ooit Beijing willen bezoeken, vergeet dan niet bij het koffiehuis van onze Einstein langs te gaan: Te Amo Café Cocoa Ballet Chocolate Art Saloon.

Dag 17: Alleen op de Chinese Muur

Vandaag werden we om 08.00 uur bij ons hotel opgehaald door onze chauffeur en privé gids Lucy om op excursie te gaan naar een verlaten stuk Chinese Muur. We wilden liever over keien lopen, dan over de hoofden van mensen en dan is het beter om hiervoor naar het platteland te gaan.

De reis duurde bijna twee uur, vooral omdat we in Beijing vaststonden in het verkeer. Het stadsbestuur doet er alles aan om het fileprobleem, en de luchtvervuiling, tegen te gaan. Het is bijna onmogelijk om een licentie te krijgen voor een nummerbord. Zonder nummerbord mag je geen auto hebben in Beijing. Als je eenmaal een nummerbord hebt, mag je weer niet elke dag met je auto rijden. Het autorijden gebeurt om toerbeurt en hangt af van een cijfer op je nummerbord.

Ook nog een weetje: het woord Hutong, dat gebruikt wordt voor de oude stadswijken, komt van “Hu Dong”, een Mongools werkwoord voor water putten. De oude wijken in de binnenstad zijn ontstaan rondom waterputten, die de Mongoolse strijders hebben aangelegd toen zij Beijing veroverden. Tot op de dag van vandaag delen bewoners water en riolering met elkaar. Per huizenblok zijn daarom openbare badhuizen en toiletten aanwezig.

Bergdorpje Huanghuacheng

Na nog een korte stoomcursus Chinees te hebben gevolgd in de auto, kwamen we aan op de plaats van bestemming: Huanghuacheng. Dit is een klein bergdorp met kastanjebomen en een stuwmeer, waar een fraai natuurpark is aangelegd aan de voet van de Chinese muur.

Behalve wijzelf was er nog een handjevol toeristen en dat was alles. Jammer voor de dorpelingen die drank, eieren en noten aan ons wilden verkopen.

Een geweldige ervaring voor ons, omdat wij vrijwel in ons eentje de trappen opliepen naar die eeuwenoude muur met wachttorens, waar ooit soldaten op de uitkijk stonden en vuren stookten bij onraad.

De wandeling naar boven was een flinke inspanning, hoewel we een betere conditie hadden dan onze gids. Hijgend en puffend kwam ze uiteindelijk boven en bood aan om een groepsfoto van ons te maken. Daar nam ze, heel verstandig, ruim de tijd voor. Zo liepen we nog een tijd door, totdat we niet meer verder mochten. Er zijn nog veel delen van de muur die gerestaureerd moeten worden en te gevaarlijk om te betreden.

Die steile muur is sowieso gevaarlijk. Lucy vertelde dat de fundering van de oudste laag voor een deel bestond uit lijken van mensen en paarden die tijdens de aanleg het leven hadden gelaten. De Chinese muur is dus letterlijk gebouwd met bloed, zweet en tranen. Iets dat je bijna vergeet in deze serene omgeving.

Eten op zijn Chinees

Na deze geweldige wandeling hadden we trek gekregen. Lucy en de chauffeur wisten wel een goed adres om ergens onderweg te eten. Zo gezegd zo gedaan. We stopten bij een rommelig huis in een bocht van een bergweg. Op het erf stonden vier ronde plastic tuinsets met bovenop het tafelblad een glasplaat die je kon ronddraaien. Aan een tafel zaten twee werklieden te eten en iets verderop paste een oude vrouw op een baby tweeling. Lucy ging de boerin halen en vertaalde haar vragen. “Is er iets wat je niet lust? Wat willen jullie het liefst, varken, kip of vis? Wat willen jullie drinken?” We gaven onze bestelling door en antwoordden dat we alles lusten. Daarna liep ze weg, met nog een andere vrouw die kwam aanlopen.

Onze chauffeur wenkte ons om mee te komen en liet ons zien hoe de boerin iets verderop een schepnet pakte en een grote spartelende vis uit een vijver haalde, die ze vakkundig op een hakblok legde en voor onze ogen panklaar maakte. Verser kon gewoon niet.

En terwijl wij aan de tuintafel doorpraatten met Lucy en de chauffeur en alvast wat dronken, werd de vis met glanzende aardappelnoedels versgebakken op tafel gezet. “Dat is nog eens snel, voedzaam en eenvoudig” dachten we nog, totdat binnen een mum van tijd het ene na het andere dampende gerecht op de glazen draaischijf werd gezet. Voor we het wisten stond er een heus feestmaal voor ons, zoals we niet eerder hadden gegeten. Iedereen zat te smullen.

De rest van de dag hebben we in de Hutong van ons hotel doorgebracht.

Opnieuw hebben we een heerlijk restaurant gevonden met als specialiteit Pekingeend. Daarna zagen we nog een koffiebar zonder klanten, waar we wederom genoten hebben van echte koffie. Tevreden liepen we langs het water van het Beihai Park terug naar ons hotel. Nu nog de koffers pakken en dan begint morgen de terugkeer naar Nederland.

Tot slot

Ik vond jullie arrangement zeer geslaagd. Wij hebben allemaal genoten. In 2019 gaan we met Your Planet terug naar China!

Om in de stemming te komen voor de Transmongolië reis, hebben we een playlist met treinnummers gemaakt. Veel luisterplezier!

Lees meer verhalen